Je levensverhaal opschrijven, wie wil dat niet? Maar het is meer dan alleen terugblikken en noteren, het is zoeken naar een rode draad, orde scheppen in de chaos van de eigen herinneringen en van schijnbaar willekeurige gebeurtenissen een plot weten te maken. Hoe word je de archeoloog van je eigen historie? Schrijf je levensverhaal bevat tal van praktische oefeningen en opdrachten om de autobiograaf hierbij te helpen. Het resultaat is een verhaal alleen jij kan vertellen.
Inhoud
- Het levensverhaal als heldenreis
- Auteur van je levensverhaal
- De juiste beginnershouding
- Waarheid en verhaal
- Waar gaat het eigenlijk over?
- Keerpunten?
- Thema’s en motieven
- De protagonist
- Verhaalstructuur
- Narratief schrijfmodel in vijf akten
- Akte 1. Proloog en Oproep
- Akte 2. Reactie en Drempel
- Akte 3. Avontuur en Crisis
- Akte 4. Bevrijding en Test
- Akte 5. Transformatie en Afloop
- Herinneringen
- Zintuigelijk schrijven
- Scenes en dialoog
- Stem en perspectief
- Hoofdstukindeling
- De laatste loodjes
Als je deze tekst leest en aan dit seminar wilt deelnemen, speel je vermoedelijk met het idee over je eigen leven te gaan schrijven. Je wilt iets over je persoonlijke geschiedenis vertellen, een verhaal over wat je hebt meegemaakt, over inzichten die je hebt verworven of ervaringen die je hebt opgedaan. Het kan gaan om een nieuw en verrassend perspectief, lessen die je hebt geleerd, een bijzondere periode uit je leven, obstakels die je hebt overwonnen, zaken waarover je je verbaasd hebt of een opmerkelijke gebeurtenis uit je leven.
Misschien wil je je levensverhaal opschrijven voor je nageslacht of je memoires optekenen. Het kan gaan om een schrijnend of dramatisch verhaal, of juist om een komisch of liefdevol verhaal Misschien is het een verhaal over jeugdervaringen, een scheiding een gebroken hart, een ziekteproces, een ontslag, een verhaal over problemen met kinderen, een verslaving, werkervaringen, een bijzondere voorouder, een opmerkelijke reis of een spirituele ontwikkeling.
Autobiografisch werk
Je persoonlijke geschiedenis (of een deel daarvan) onder de loep nemen is autobiografisch werk en dat is de overkoepelende term voor tal van schrijfvormen. Denk aan egodocumenten, dagboeken, reisverhalen, brievenbundels, persoonlijke essays, memoires of het zelfportret. Tegenwoordig horen hier ook columns, blogs en vlogs bij. Bij autobiografisch werk gaat het erom dat je op je eigen leven reflecteert en daar betekenissen in ontdekt.
Het woord autobiografie is samengesteld uit drie elementen: autos (zelf), bios, (leven) waarbij je je baseert op herinneringen die betrekking hebben op een kortere of langere periode van jouw bestaan als mens op deze aarde. Meestal betreft het een verhaal in prozavorm (hoewel dat verhaal ook in poëzie kan worden vormgegeven) en het voornaamste onderwerp is de persoonlijkheid van de auteur zelf. Met ‘auteur’ wordt niet alleen de schrijver bedoeld, maar óók de verteller. In het verhaal is de positie van de verteller ook nog eens gelijk aan de hoofdpersoon van het verhaal.
Een autobiografie leest anders dan een roman. De relatie tussen de lezer en de auteur is directer. Philippe Lejeune noemt dat het autobiografische pact: de auteur, de verteller en het hoofdpersonage zijn dezelfde persoon en de auteur vertelt waarheidsgetrouw over zijn leven Bij een roman is dit niet aan de orde, omdat de auteur van een roman geen enkele waarheidspretentie heeft. Die waarheid is overigens een diffuus en uiterst subjectief domein. Want hoe waarheidsgetrouw zijn je herinneringen? Hier kom ik later op terug.
Lange tijd waren memoires en autobiografieën in de ogen van velen het domein van sterren en beroemde politici en stelde ons eigen ‘gewone’ verhaal niet zoveel voor. Aan een autobiografische roman moest je je al helemaal maar niet wagen, die werden geschreven door ‘echte’romanciers. Literair gezien werd en wordt er nog steeds op nagekeken als (jonge) schrijvers zichzelf en/of hun leven als uitgangspunt nemen. In dit seminar ga ik ervan uit dat iedereen verhalen met zich meedraagt die de moeite waard zijn om te onderzoeken, te beschrijven en te delen. En dat wanneer we gebruikmaken van literaire technieken ons verhaal aan kracht een betekenis wint. Voor onszelf en anderen.
Onderzoek
De filosoof Socrates zei volgens Plato die zijn woorden optekende: ‘Een leven dat niet onderzocht is, is het niet waard geleefd te worden’. Als je je levensverhaal wilt opschrijven, moet je erop reflecteren. En wel op het hele verhaal. Het wegstoppen of negeren van gebeurtenissen die minder fijn waren, kan een kloof opleveren tussen de buitenkant – de persoon die je aan de wereld toont – en de binnenkant, waar het verleden maar rondspookt en, wellicht, demonen creëert. Meestal eindigt een dergelijk zelfonderzoek met acceptatie en opluchting, hoe pijnlijk of vervelend de gebeurtenissen ook waren.
Het moet eruit!
Als er een verhaal in je leeft, zal het eruit moeten, schreef William Faulkner ooit. En zo is het. Wanneer het geen weg naar buiten vindt, kan een verhaal blijven rondspoken in je hoofd. En toch… ook al voel je dat het verhaal een zekere urgentie heeft om verteld te worden, toch deins je er misschien nog voor terug om het verhaal dat in je leeft toe te vertrouwen aan het papier of de computer. Waar in vredesnaam te beginnen? Moet alles verteld worden? Wat is het overkoepelende thema? Wat is de boodschap? Hoe vind je de juiste vorm, hoe breng je orde aan in de wirwar van herinneringen, hoe focus je op het dieper gelegen thema?
Dit seminar helpt je deze chaos te ordenen. Het stimuleert je werk te maken van je verhaal zodat het een kop en een staart krijgt. Het helpt je plezier te krijgen in het schrijfproces, in het zoeken naar terugkerende thema’s en de rode draad in jouw leven. Misschien is de meest geruststellende gedachte wel dat het beoogde verhaal niet je hele leven hoeft te omvatten, maar ook heel goed over een bepaalde periode kan gaan of een specifiek thema kan behandelen. Misschien wil je liever meerdere korte verhalen schrijven, of blogs die cirkelen rond een bepaald onderwerp.
Wie zit er eigenlijk op te wachten
Dit boek poogt af te rekenen met fundamentele twijfel van mensen of hun verhaal eigenlijk wel de moeite waard is. Maar als ik ze dan hoor vertellen over wat ze hebben meegemaakt en hoe ze daar met humor, liefde en wijsheid op terugkijken, ben ik altijd weer verrast over de rijkdom, de diepte, de gekte, de wonderlijke spelingen van het lot die in al deze levensverhalen verstopt zitten. Ieder levensverhaal is de moeite waard om verteld te worden, ook al denk je zelf dat het niets bijzonders is.
Binnenstebuiten
Het schrijven van je levensverhaal vereist een zekere mate van moed. Wil je inderdaad je binnenwereld, je emoties, je onbewuste drijfveren onderzoeken? Ben je bereid over jouw familie te vertellen, je ziel bloot te leggen, de rafelrandjes, de schaduwkanten en de demonen aan het licht te brengen? Levensverhalen schrijven is enerzijds een droomwereld vol herinneringen binnenwandelen en anderzijds de archeoloog van je eigen historie worden, waarbij je voorzichtig laagje voor laagje schoon moet blazen om de schatten bloot te leggen. Misschien ontdek je skeletten, duiveltjes en schaduwen in verborgen laatjes en donkere kelders. Wees dan bereid die te openen om te ontdekken welke waarde ze voor jou en je verhaal hebben. Wellicht kom je door dat speurwerk zaken op het spoor die je nog nooit eerder zo had gezien, die pijnlijk zijn of rauw of juist verrassend, maar wellicht ook zaken die niets betekenen. Het is een proces waarbij je bereid moet zijn jezelf binnenstebuiten te keren.
Als levensverhalenschrijver ben je therapeut en cliënt tegelijk. Het schrijfproces zal soms een therapeutisch en louterend effect hebben. Al schrijvend ben je bezig met het wonderlijke proces van zingeving.
Dat is enerzijds een creatief proces, waarbij je jezelf de ruimte en de tijd moet geven in vrijheid te schrijven, ontdekkingen te doen, te spelen; anderzijds is het ordenen, selecteren en keuzes maken. Je zult bij jezelf te rade moeten gaan, je met familieleden of oud-collega’s moeten verhouden, naar plaatsen moeten teruggaan waar je hebt gewoond of gewerkt, oude tekstbestanden op je computer, fotoboeken, agenda’s of dagboeken moeten raadplegen. Je zult graafwerk moeten doen waarmee je jezelf op het spoor komt.
Zingeving
Het leven schotelt ons heel wat voor. We doen ervaringen op die pijn en lijden veroorzaken, maar hebben ook ervaringen vol liefde en vreugde. Als je denkt dat je op de goede weg zit, krijg je soms een tik op je vingers en als je denkt dat je fout zit, blijkt dat je toch goed op weg bent. Pas als je al deze zaken reflecteert, kunnen die ervaringen aan betekenis winnen. Dat is het mooie van schrijven. Je creëert betekenissen voor jezelf en anderen. Pas als we onze herinneringen gaan beschouwen en interpreteren kan ons leven beginnen, pas wanneer we reflecteren kan zingeving plaatsvinden. Met andere woorden: wanneer we woorden en zinnen kunnen vinden voor onze geïnterpreteerde herinneringen, ontstaat een verhaal. En als dat verhaal af is, kunnen we dat verhaal in de bibliotheek van de mensheid plaatsen en gaat onze persoonlijke geschiedenis deel uitmaken van de collectieve mythologie van de mensheid.
Retropespectie
Schrijven over je leven gaat over het algemeen makkelijker in retrospectief. Terugkijkend op je leven of op een periode uit je leven, tekenen de contouren zich scherper af dan wanneer je nog ergens middenin zit. Afstand doet wonderen en leert dat de reis die je hebt afgelegd je bijvoorbeeld een nieuwe zienswijze heeft opgeleverd of op een andere manier van waarde is geweest. Pijn, verdriet en eenzaamheid kunnen onverdraaglijk zijn, maar ook het pad naar inzicht, vrede en vertrouwen effenen. Steeds weer krijgen we als mens de gelegenheid om ons bewustzijn uit te breiden. En hoe beter we in staat zijn de rode draad te vinden en bepalende thema’s te achterhalen, hoe makkelijker het wordt om van willekeurige en chaotische gebeurtenissen een betekenisvol verhala te maken.
Literaire technieken.
Hoewel een autobiografie geen roman is, is het toch een vorm van kunst. Je gaat een verhaal vertellen en maakt daarvoor gebruik van literaire middelen. Je zult tot de verbeelding moeten spreken, dialogen schrijven, personages tot leven wekken. Je moet je leven gaan zien als een dramatisch geheel en dus niet als een opsomming van feiten en gebeurtenissen. Wat je vertelt is een verhaal met een kop en een staart en een climax. Daarvoor moet je op zoek naar conflicten en contrasten, naar crisissen en plotpoints. Deze zoektocht zal bepaalde gebeurtenissen uit je leven in een ander daglicht stellen.
Wat biedt dit seminar?
Het eerste deel gaat over het voorbereidende werk. Je bent behalve de auteur van je eigen verhaal ook de protagonist, de held, in dat verhaal. Jij creëert dit verhaal, het is jouw perspectief op de werkelijkheid en het gaat om jouw ontwikkeling.
Tevens behandelen we de vraag: hoe moet je beginnen? Ieder creatief proces start met jezelf de vrijheid gunnen in het wilde weg te associëren en materiaal te verzamelen. Maar ook met lezen! Schrijven is lezen, dus verdiep je in het autobiografisch werk van anderen.
Belangrijk is ook hoe je korte metten maakt met je twijfels en innerlijke critici en hoe je ervoor zorgt dat je schrijfproces op stoom komt. Denk bijvoorbeeld ook na over hoe jij je tot de waarheid verhoudt. Wat wil je bijvoorbeeld anonimiseren, welke zaken mag je verdraaien of erbij fantaseren? Het komt allemaal aan de orde in het eerste deel.
In het tweede deel van het seminar gaan we de diepte in. We verkennen verhaalonderwerpen, en ik behandel zeven thematische domeinen waar je je verhaal mogelijk onder kunt rangschikken. We gaan op zoek naar de plotvraag en verkennen hoe je jezelf als protagonist het best kunt introduceren.
Centraal in dit deel staan opbouw en structuur. Uitgangspunt is dat het leven zich goed laat beschrijven aan de hand van keerpunten. Waar nam je leven een wending? Wanneer nam je een belangrijk besluit of begon er iets nieuws? Wat waren de momenten dat er een einde aan iets kwam? Wanneer heb je een knoop doorgehakt? Deze keerpunten zijn de wasknijpers waar je je verhaal aan ophangt. In het seminar help ik je deze keerpunten (plotpoints) naar boven te halen en op basis daarvan een rode draad te ontdekken.
Ik neem je aan de hand langs een narratief schrijfmodel in vijf akten waarmee je dramatische structuur kunt aanbrengen in je verhaal en van schijnbaar willekeurige gebeurtenissen een goede verhaalopbouw kunt maken. Dit model is gebaseerd op de Reis van de Held, maar teruggebracht tot een handzaam schrijfmodel waarin de eerdergenoemde keerpunten (plotpoints) zijn verwerkt.
Het derde deel gaat over het verlevendigen van herinneringen en deze beeldend leren vertellen, over het herscheppen van dialogen, over hoe je zintuigelijk kunt schrijven en hoe je je eigen stem vindt en over het juiste vertelperspectief. We besteden aandacht aan een goede hoofdstukindeling. Ten slotte leg ik uit waar je aan moet denken als je je verhaal wilt publiceren. Waar let je op als je het wilt voorleggen aan een uitgever?
Elk deel bevat praktische oefeningen en opdrachten die zorgen voor het oprakelen van herinneringen, het structureren van je verhaal en het verlevendigen en het waarachtig maken van herinneringen.
Zin en plezier
Het allerbelangrijkste is dat de je lol krijgt in het schrijven. Je moet er door de zinnen die schrijft zin in krijgen en er zin aan ontlenen. Of je nu wilt schrijven voor het nageslacht, voor je vrienden of voor de wereld, probeer er plezier aan te beleven en het schrijfproces te zien als een avontuur. Schrijf over liefde, leed, lasten en lusten, schrijf over hoogtepunten en dieptepunten, schrijf met humor, onderzoek je aannames ontdek terugkerende thema’s, houd vol, deel je ontdekkingen over de waarheid en de schoonheid van het leven. Schrijf het verhaal dat alleen jij kunt vertellen.
Samengevat:
- Je ontwikkelt plezier in het schrijven
- Je ontdekt de rode draad en belangrijkste thema’s in je persoonlijke levensgeschiedenis
- Je leert betekenis te geven aan losse gebeurtenissen
- Je vindt je eigen ‘stem’
- Je leert ordenen en structureren
- Je leert wat er komt kijken bij het opleveren van een manuscript voor een uitgever
- Je creëert je eigen legende
HET LEVENSVERHAAL ALS HELDENREIS
Ik vertel verhalen. Of ze waar zijn, dát is niet het probleem. De vraag is alleen: is het mijn verhaal, mijn waarheid?
Wie ben ik en wat is mijn verhaal?
Ik heb al heel wat klanten gehad die hun levensverhaal wilden opschrijven, maar ik heb niet vaak meegemaakt dat ik dacht: doe maar niet, dit verhaal is té slaapverwekkend. Natuurlijk kan een verhaal aan de buitenkant saai of voorspelbaar lijken, maar na reflectie en exploratie blijkt het toch altijd op de een of andere manier de moeite waard. Er schuilt altijd wel iets dramatisch, tragisch of komisch in. En trouwens… zelfs over een saai bestaan kun je boeiend schrijven.
Heb je jezelf wel eens de volgende vragen gesteld?
- Hoe verloopt mijn leven?
- Heb ik invloed op mijn lot?
- Waarom overkomt mij dit?
- Wat zijn de gevolgen van mijn handelen?
- Wat moet ik met deze drijfveer, dit talent of deze voorkeur?
- Waartoe ben ik op aarde?
- Wat is de rol van toeval?
Dan ben je niet de enige! Al sinds mensenheugenis proberen mensen antwoorden te vinden op dit soort vragen door er verhalen over te vertellen. Door woorden en zinnen te vinden, door oorzaak en gevolg te koppelen, door uit te drukken hoe we dingen beleven, waar we bang voor zijn en wat ons inspireert, krijgen we grip op het leven.
Vroeger werden die verhalen in stammen verteld, rond het vuur, nu gaan we ervoor naar de bioscoop, kijken we televisie, lezen we boeken, gaan we naar een coach of therapeut of schrijven we ons levensverhaal.
Dat is behalve fijn en opwindend ook een proces van bezinning.
Uniek en universeel
Ieders verhaal is volstrekt uniek en daarom alleen al de moeite waard, maar als het om onze psychologische ontwikkeling gaat, maken we allemaal van de wieg tot het graf een vergelijkbare reis. In dat unieke zit iets universeels. Met welke problemen een mens ook te maken krijgt, in de diepte gaan onze verhalen op elkaar lijken. We verlangen allemaal naar harmonie, perfectie, eenheid en liefde, we krijgen allemaal te maken met kwesties rond geboorte en dood, we moeten leren omgaan met ziekte en verlies, onszelf leren manifesteren, leren omgaan met angsten en tegenspoed. Het uitwisselen van verhalen over deze processen doet een beroep op ons empathisch vermogen. We kunnen ons – door de verhalen die we vertellen over onze problemen – diep verbonden voelen met elkaar.
Held in je eigen verhaal
Ik vergelijk al ruim twee decennia de verhalen uit films, boeken, kunst, mythen, sprookjes, biografiëen met elkaar. In al deze verhalen gaat het steeds weer om dezelfde universele zoektocht van de mens naar zingeving, vervulling of eenwording. Onze persoonlijke levensverhalen kunnen we goed spiegelen aan de grote verhalen uit de mythologie, aan literatuur, films, kunst en aan sprookjes. We ontdekken er de spelregels van het leven.
Bijna alle verhalen beginnen met een gevoel van incompleet zijn van gemis, gevangenschap, saaiheid, voorspelbaarheid of beperking. Vervolgens krijgt de held of heldin een ‘oproep tot avontuur’. Dat kan een dwingende stem diep vanbinnen zijn of een daadwerkelijke uitnodiging: Dit heb ik te doen. En dan komt het aan op moed. Durft de hoofdpersoon het avontuur aan te gaan en risico’s te nemen en is hij er klaar voor?
Na aanvankelijke ontkenning of weigering komt er altijd wel ergens hulp of leert de held iets waardoor hij het avontuur echt kan aangaan. Hij gaat letterlijk en figuurlijk een drempel over, een point of no return, en dan ontrolt het avontuur zich. De held(in) ontmoet nieuwe mensen, leert nieuwe aspecten van zichzelf kennen, verdwaalt in een donker bos of moet dwars door de hel. Deze afdaling, deze crisis legt uiteindelijk de schat bloot waar de held(in), soms onbewust, naar op zoek was en zorgt voor verrijking of verlichting. Aan het einde van het verhaal heeft de held(in) iets nieuws geleerd, is de balans hersteld, heeft hij of zij de liefde van zijn/haar leven ontmoet of het helend medicijn gevonden, is hij of zij gestorven voor de grote zaak of juist thuisgekomen. Zo gaan alle verhalen. We noemen dit de Reis van de Held of De Reis van de Heldin.
Meerdere keren tijdens ons leven krijgen we de kans en worden we (op)geroepen een nieuw avontuur aan te gaan. Soms is dat een avontuur waar we helemaal geen zin in hebben, soms juist wel, maar altijd brengt de ontwikkeling iets nieuws voort en helpt ze ons bij groei en ontwikkeling.
De helden en heldinnen die we kennen uit de grote verhalen van de mensheid representeren het menselijk ego op zoek naar geluk en eenwording. We herkennen onszelf in Hamlet, Harry Potter, Madame Bovary omdat we hun strijd herkennen en ergens vermoeden dat er ook in ons leven een onbekend potentieel kan worden aangeboord, dat we een grotere versie van onszelf kunnen tonen.
Als we zelf in ons echte leven echter geroepen worden, zijn we in eerste instantie huiverig en weigerachtig. We durven het avontuur niet aan te gaan. Maar gelukkig komt er altijd wel hulp; we worden aangemoedigd en voorbereid en durven op een zeker moment de stap te wagen. Dan is er geen weg meer terug en gaan we het avontuur echt aan, met alle angstige gevolgen van dien. Op het meest donkere moment blijken we tegen de taak opgewassen te zijn en kunnen we uiteindelijk gelouterd en wijzer geworden de wereld over onze ontdekkingen en inzichten vertellen.
De Reis van de Held is een bijzonder rijk en inspirerend model dat je kunt gebruiken bij het schrijven en doorgronden van verhalen en films, maar het is ook verhelderend en verdiepend bij het kijken naar menselijke ontwikkeling in het algemeen en dus ook bij het reflecteren op en het beschrijven van je eigen levensverhaal.
Verdwalen in een donker bos
We gaan op zoek naar het verhaal dat alleen jij kunt vertellen en met name naar momenten waarop het leven je voor een uitdaging stelde, momenten waarop je van het gangbare pad bent afgedwaald, gestruikeld bent, uit het veilige nest bent gevallen, er alleen voor stond, door het donkere bos dwaalde of vocht als een leeuw – een moment waarop je in het diepe sprong, een drastische keuze maakte. We zoeken kortom naar die verhalen waarbij het leven je een duwtje gaf en je uiteindelijk dichter bij jezelf bracht, ook al dacht je aanvankelijk dat je er verder van af was dan ooit.
Het gaat erom dat je je leven gaat zien als heldenreis. Jij als held(in) op zoek naar vervulling, liefde, creativiteit. Het pad ligt bezaaid met obstakels en er zijn draken die jou de vrije doorgang belemmeren. Niet per se om jou dwars te zitten, maar om je uit te dagen het beste uit jezelf te halen.
Het is misschien mysterieus, maar het lijkt er op een zeker moment op dat het leven volgens plan verloopt, waarbij er iets in ons is wat dat aanstuurt.
De waarde van jouw persoonlijke verhaal
De kern van de heldenreis is misschien wel dat de held, jij dus, zich tijdens de reis die leven heet, moet zien te bevrijden uit een beperkt bewustzijn. Hij of zij moet zich ontwikkelen, groeien, zichzelf leren kennen, egoïsme overwinnen of empathie ontwikkelen.
Ook jouw verhaal laat zien dat ontwikkeling en verandering gepaard gaan met worsteling, lijden en het omgaan met tegenslagen. Jouw verhaal leert ons hoe de veranderingen in jouw leven plaatsvonden, welke lessen je leerde, hoe je zin kon geven (of juist niet), hoe je inzichten verwierf, hoe je streefde naar een goed leven, hoe je een uitweg kon vinden uit de duisternis.
Jouw verhaal is van dezelfde waarde als alle andere verhalen die we tot ons nemen via romans, films, kunst, muziek enzovoort. Verhalen leren ons leven. Ook jouw verhaal draagt een schat in zich. Dat is de zin van autobiografisch werk. Dus laten we elkaar verhalen vertellen.
Er zijn in onze westerse wereld genoeg mensen die het leven als zinloos beschouwen, mensen die het idee hebben dat ze er niet toe doen, dat ze hooguit hun plicht moeten vervullen, dat ze er alleen voor staan. Dat is tragisch en eenzaam. Wat de heldenreis ons leert is dat we er wel degelijk toe doen, dat we een aantal unieke talenten bezitten en dat we ten diepste met elkaar verbonden zijn, juist door de verhalen die we delen.
Het goede, het ware en het schone
Het leven daagt ons uit om het goede en ware en schone na te streven schreef Aristoteles. Ik geloof ook dat zo’n streven het leven dragelijker en zinvol maakt. Door het leven op die manier te leven en erop te reflecteren, ontwikkelen we bewustzijn. En door daarover te vertellen en te schrijven, en onze inzichten erover te delen met anderen, dragen we bij aan de ontwikkeling van bewustzijn in zijn algemeenheid.
Legende
Je levensverhaal is overigens nooit af. Het is een optelsom van verhalen en iedere dag komen er weer scenes, ervaringen en perspectieven bij. Er zijn verhalen over je jeugd, over je werk, keuzes die je gemaakt hebt, moeilijkheden die je hebt doorstaan, inzichten die je opdeed, verborgen verhalen, succesverhalen, verhalen over een gedroomde toekomst, verhalen over voorouders. Jouw levensverhaal is een constructie, meerstemmig, altijd in beweging, te vertellen vanuit verschillende perspectieven. Al die verhalen samen vormen je levensverhaal. Na je dood zal duidelijk worden hoe jij zult worden herinnerd en welke legende jij achterlaat.
Later in dit seminar zal ik terugkomen op de verschillende stadia in de Reis van de Held(in)
AUTEUR VAN JE LEVENSVERHAAL
Je bent niet alleen de hoofdpersoon in je levensverhaal, maar ook de scenarioschrijver van de film waar je zelf in rondloopt. Alle verhalen die je jezelf voorhoudt en die je anderen vertelt over je leven bepalen hoe dit leven zich ontrolt.
‘Auteur’ komt van het Latijnse woord ‘auctor’ en dat betekent ‘eigenaar van een creatieve schepping’ Op het moment dat je jezelf als de auteur van je levensverhaal beschouwt, ben je automatisch ook de schepper ervan. Jouw levenswerk, jouw verhaal krijgt vorm door hoe je omgaat met de omstandigheden, hoe je reageert op lastige gebeurtenissen, hoe licht of hoe zwaar je de dingen opneemt, hoe moeilijk of hoe makkelijk je beslissingen neemt.
In de filosofie en de psychologie noemt men dat ‘narratieve identiteit’. Je bént je verhaal. Als je terugkijkt op periodes in je leven, kun je ontdekken dat er in het verleden wellicht een verhaal was waar jij je identiteit aan ontleende of dat een bepaalde gebeurtenis een bijzondere betekenis voor je had. De baan die je had, de groep waar je toe behoorde, de studie die je volgde, de partner met wie je op wereldreis ging. Als je terugblikt kan een bepaalde episode aan betekenis winnen, maar kun je ook patronen gaan zien die jou lang gevangen hielden.
Wanneer we ons eigen leven als onbelangrijk en nietszeggend beschouwen, als we geen puf of energie hebben onze innerlijke draken onder ogen te zien en ervan uitgaan dat er voor ons geen schat is weggelegd, kan ons leven leeg en doelloos aanvoelen.
Misschien is dat wel een van de meest ingrijpende ziekten van onze westerse beschaving: het fundamentele idee dat we er niet toe doen, dat we maar gewoon onze plicht moeten vervullen, dat het leven zinloos is, dat we er – als het erop aankomt – alleen voorstaan en dat de dood een zwart gat is. Zo’n houding draagt de mogelijkheid van een tragedie in zich. Of van een komedie: de hoofdpersoon leert maar niet van zijn stomme fouten en loopt keer op keer met zijn kop tegen dezelfde balk. En dan is er soms een schok of een ramp nodig om hem wakker te schudden.
Als je je leven als verhaal gaat onderzoeken, zoek je naar de rode draad, naar de symboliek van de gebeurtenissen. Zo kun je een beeld krijgen van jouw leven als uniek gegeven waarbij ook jij op zoek bent naar de schat. En om die te vinden moet het hele pad afgelegd worden, ontmoet je tegenstanders, raak je op een dwaalspoor, val je door de mand. Al die fases in het proces zijn nodig om tot het fundamentele besef te komen dat je de schat niet buiten jezelf moet zoeken, maar in jezelf.
Hierna volgen een paar tips om jezelf als auteur van je levensverhaal te ervaren.
- Kijk naar je leven alsof het een film is.
Een zeer behulpzame manier is naar je leven te kijken alsof het een film is waarvoor je het script zelf hebt geschreven. Alle scenes, de vrolijke, de gelukkige, de spannende en de verdrietige, heb je geschreven met een speciale reden, met als doel bewustzijn te ontwikkelen, lessen te leren, te groeien en nieuwe aspecten in jezelf aan te boren.
Bekijk moeilijke momenten of vreemde gebeurtenissen als filmscenes. Iedere scene stuwt het verhaal verder en uiteindelijk vindt de ontknoping plaats. Juist bij situaties waar je je – ook achteraf – geen raad mee weet, kun je je afvragen: waarom zou de scenarioschrijver dat in zijn script hebben geschreven? Welke les zit erin?
Oefening filmscript
Probeer antwoorden te verzinnen op de volgende vragen:
- Wie is dit hoofdpersonage, wat zijn zijn/haar kenmerken en kwaliteiten?
- Welke rollen vervult hij/zij in dit leven? En is hij/zij daar tevreden mee?
- Welke belangrijke personages lopen er nog meer rond in dit verhaal?
- Waar speelt het zich af?
- Waarom zou dit verhaal de moeite waard zijn om te vertellen? En voor wie?
- Wat is de rode draad? Zijn er terugkerende thema’s?
- Waar heeft de hoofdpersoon het moeilijk?
- Waar verlangt deze persoon naar?
- Wat is een grote angst?
- Wat zou hij/zij nodig hebben om te kunnen groeien?
- Welke verandering maakt dit personage gedurende het verhaal door?
En vraag jezelf ook: wat is het eigenlijk voor film, dat leven van mij? Is het een spannende film? Een filosofische kleine film? Een romantische komedie? een Coming of age verhaal? Een documentaire.
Met regelmaat heb ik mezelf deze vraag gesteld, vooral als er dingen gebeurden waarvan ik in de war raakte. De antwoorden zijn niet direct voorhanden, maar zijn wel verrassend. De bedoeling van deze oefening is afstand nemen. Door afstand te nemen leer je de gebeurtenissen in je leven te zien als dramatisch verhaal dat je kunt ordenen en beschrijven. Jij bent de poppenspeler en bestuurt de rollen die je in je leven vervult.
Kijk naar alle herinneringen, ontmoetingen, voorvallen, keerpunten, hoogtepunten en dieptepunten alsof het materiaal is voor een filmscript. Door vanaf een afstand naar jezelf te kijken, krijg je makkelijker zicht op krchtlijnen, valkuilen en blinde vlekken.
Zoek naar de betekenis van kleine en grote voorvallen.
Door herinneringen op te diepen kun je de rode draad in je leven gaan herkennen. Je komt er bijvoorbeeld achter dat het in jouw leven veelal draait om ‘relaties’ of juist om ‘ambitie’ of om ‘overleven’. Je kunt een samenhang ontdekken en terugkerende thema’s op het spoor komen. Als je er vervolgens over gaat schrijven komen betekenissen aan het licht, simpelweg omdat je er zinnen van maakt en die achter elkaar plaatst. Aha! Dáár gaat mijn leven over! Dát heb ik kennelijk te doen.
Dat zoveel mensen graag autobiografisch werk willen maken, heeft te maken met zingevingskwesties. We willen snappen waarom ons iets ‘overkomt’ en of we er lessen uit kunnen trekken.
We zien de betekenis vaak niet direct. Wat is de zin van dit alles? Dat we ziek worden, moeten lijden, dat sommige mensen altijd pech hebben en andere altijd geluk, dat er oorlogen zijn, dat we met elkaar de aarde aan het plunderen zijn en we ons vaak zo alleen of depressief voelen, wat heeft dat allemaal voor zin?
Schrijven helpt. Als je je realiseert dat je niet een slachtoffer wilt zijn van een willekeurig lot of een reeks toevallige factoren en omstandigheden, kun je op zoek gaan naar verbanden, naar oorzaak en gevolg. Je kunt je leven proberen te beschouwen als iets waar een zekere doelmatigheid in zit. Vervolgens kun je verleden gaan beschouwen als mogelijke richtingaanwijzer voor de toekomst, om van te leren. Dat is de kern van autobiografisch werk: het beschouwen en intepreteren van je levensloop.
Niet de gebeurtenissen in je leven zelf zijn de oorzaak van jouw pijn, ellende, vreugde of verdriet, maar hoe je ermee omgaat. Door jouw perceptie krijgen de gebeurtenissen kleur en betekenis. Stel dat iemand op straat tegen je uitvalt. Je schrikt en wordt boos. Hoe haalt iemand het in zijn hoofd zo’n grote bek te hebben, denk je. Je sluit je af, voelt je gekwetst. Je kunt er echter ook voor kiezen om niet gekwetst te worden en de uitval van je af te laten glijden. Misschien heeft de persoon in kwestie net zijn vrouw verloren of is hij zijn baan kwijtgeraakt. Zijn uitval naar jou heeft niets met jou te maken. Tenzij jij besluit dat dat wel zo is.
Het zoeken naar betekenis is een fascinerend proces. Loop maar eens door de stad met de intentie een ‘teken’ te vinden. Waarom klapt die deur net voor jouw deur dicht? Wat betekent het dat je vast staat in de file. Nogmaals: het betekent allemaal niets, totdat jij er betekenis aan schenkt en het opneemt in een verhaal.
Koppel daarom feitelijke gebeurtenissen aan emoties en bevindingen en vraag je af wat ze voor zin hebben gehad in het licht van jouw ontwikkeling?
3. Vul je koffer
Begin vanaf vandaag met het beschrijven van allerlei schijnbaar gewone dingen. Hoe je in de trein zat, een vakantie die je je herinnert, een bezoek aan je opa, de tuin in de zomer. Werk aan een koffer vol verhalen, waar je eindeloos uit kunt putten en die je op allerlei wijzen kunt ordenen. Thematisch, chronologisch… Maak hier dagelijks werk van. Associeer!.
Oefening: verhaaltjes maken met betekenis
- Neem zomaar een gebeurtenis, herinnering of voorval. Beschrijf de gebeurtenis en de personen die erin voorkomen gedetailleerd, maak er een levendige scene van.
- Koppel er een inzicht, een emotie of een bevinding aan
- Verzin een titel
- Schrijf in één zin waar dit verhaaltje eigenlijk over gaat
- Herhaal dit voor andere voorvallen, herinneringen, personen
Deze koffer met verhalen kan de basis vormen voor je verhaal, maar ook voor vele blogs en columns.
Lees, lees en lees
Er zijn geen nieuwe verhalen, alleen nieuwe manieren van vertellen – Roald Dahl
Schrijven is lezen. Lezen inspireert. Het lezen biedt je nieuwe ideeën voor als je vastzit in je eigen verhaal, het opent andere werelden, het brengt nieuwe inzichten. Andere schrijvers tonen je hun oplossingen wat betreft structuur, opbouw, stijl. Lezen doet schrijven: ‘Aha, zo kan het ook’
Oefening: leren van andere schrijvers
Maak een lijstje van schrijvers, boeken, verhalen en autobiografieën die indruk hebben gemaakt en probeer te achterhalen waarom deze je geraakt hebben. Is het de schrijfstijl, zijn het de dialogen of is het juist de afwezigheid daarvan? Spreekt het spannende plot je zo aan of juist de langzame sfeerschetsen? Wat maakt het zo invoelbaar? Ook de verhalen die je minder mooi vindt, leren je veel. Wat mis je, wat zou je anders doen waarom grijpt het je niet? Door onder woorden te brengen wat sterke en wat zwakke punten zijn bij het vertellen van een verhaal, scherp je je eigen gedachten en je pen.
Opdracht: lees een autobiografie
Lees naast je schrijfwerk een autobiografie of een autobiografische roman. Onderzoek hoe de schrijver de lezer probeert mee te nemen. Lees onbevangen en maak aantekeningen over wat je opvalt en raakt.
Hieronder een willekeurige lijst met suggesties
- Isabel Allende Paula
- Roald Dahl: Autobiografie – Boy & Solo
- Patti Smith: Just kids
- Nelson Mandela: De lange weg naar vrijheid
- Primo Levi: Is dit een mens?
DE JUISTE BEGINNERSHOUDING
Een creatief leven is voor moedige mensen – Elizabeth Gilbert
Waar moet ik in vredesnaam beginnen. Dit is een van de meest gehoorde wanhoopskreten van mensen die hun levensverhaal willen opschrijven en daar hulp bij zoeken. Een geruststellende gedachte is misschien dat óók auteurs van poëzie en romans vaak worstelen met hoe te beginnen. Er bestaat geen eenduidig antwoord. Er zijn veel soorten schrijvers en evenzoveel schrijfprocessen. Sommigen beginnen in het wilde weg en produceren tegen de klippen op om in een later stadium de helft weg te snoeien. Anderen maken eerst schema’s en hoofdstukindelingen of beginnen met moodmaps of mindmaps Weer anderen formuleren eerst heel precies hun thema en premisse.
- Begin bij het begin
Alice (uit Alice in Wonderland) krijgt als antwoord op de vraag welke richting ze uit moet: ‘Begin bij het begin, ga door tot het einde en stop dan’. Ik vind dat een fantastisch advies. Begin ergens, begin klein, maar begin gewoon met schrijven! Vanaf nu. Iedere dag.
Een boek schrijven is een proces met vele stapjes en ieder stapje telt, ook al schrijf je maar tien minuten per dag.
Ga er maar van uit dat de verhalen er allang zijn, ze liggen te sluimeren totdat jij ze wakker kust. Misschien heb je al dagboeken vol geschreven, of talloze, niet voltooide tekstdocumenten op je bureaublad staan. Misschien heb je het in je hoofd al glashelder en uitgewerkt. maar nog geen letter op papier gezet. Het kan ook zijn dat je nog geen idee hebt hoe je jouw verhaal kunt opschrijven, of wat dat verhaal precies is. Alles is in dit stadium goed, als het verlangen om je verhaal te schrijven maar groot genoeg is. Dat verlangen zet van alles in beweging en daar gaat het om.
2. Vat vol verhalen
Al voor we geboren worden maken we deel uit van de verhalen van anderen. We komen ter wereld in een familie met een familiegeschiedenis en worden een van de personages in dat ‘drama’. Daar begint ons persoonlijke verhaal. We groeien op, gaan naar school, ervaren voor – en tegenspoed, krijgen hulp, leren onszelf kennen (of niet) ontmoeten draken, struikelen en verdwalen. Soms valt alles in duigen en proberen we de brokstukken aan elkaar te lijmen. Dat zijn allemaal verhalen. Begin dus maar met het opschrijven van willekeurige herinneringen, brokstukken, gedachten en associaties. Doe het om het plezier van het schrijven te ontdekken.
3. Onderzoek je motieven
Er zijn talloze redenen om je verhaal te willen opschrijven en ik begin met de allerbelangrijkste:
Omdat je er zin in hebt
Omdat je erop verheugt te kunnen beginnen aan het op schrift stellen van een verhaal dat jou bezighoudt. Een verhaal over een ervaring, een reis, een voorouder, een kind, een project of wat dan ook. Een verhaal met gebeurtenissen die jou hebben gevormd, je hebben veranderd, je inzichten hebben gegeven. Met die energie kun je bergen verzetten.
Omdat je een bijzonder of opmerkelijk leven hebt gehad en daarover wilt vertellen
Denk eerst eens aan hoe boeiend het is om verhalen te lezen van mensen die bijzondere omstandigheden hebben overleefd, zoals een oorlog, of van mensen die gevlucht zijn en ergens anders een nieuw bestaan hebben moeten opbouwen. Verhalen van mensen die een ziekte hebben overleefd of daar juist mee hebben leren leven, mensen die een lange reis of trektocht hebben gemaakt. Verhalen van mensen die een wetenschappelijke ontdekking hebben gedaan of een bijzonder talent hebben.
Als je bijzondere ervaringen hebt gehad, kan schrijven daarover je helpen om de gebeurtenissen nog beter te doorgronden en tegelijkertijd ook leerzaam of boeiend zijn voor anderen. Jouw perspectief en jouw visie kunnen anderen inspireren.
Om jezelf, je voorkeuren, je eigenaardigheden beter te begrijpen
Schrijven helpt orde te scheppen in de chaos van je herinneringen. Het structureert en ordent ervaringen. Door je verhaal op te schrijven, leer je jezelf, maar ook je familie, je naasten en je achtergrond beter kennen. Je onderzoekt je eigen drijfveren en die van anderen en ontwikkelt een groter begrip en soms ook mededogen voor jezelf en voor de mensen om je heen. Al schrijvend zoek je naar zingeving.
Om wonden uit het verleden te helen en hoop voor de toekomst te ontwikkelen
Uit wetenschappelijk onderzoek van onder anderen de Amerikaanse psycholoog Dr. James W. Pennebaker is gebleken dat schrijven een helend effect heeft op lichaam en geest. Het helpt verschillende delen van het brein te integreren en zo de effecten van trauma te helen. Een verhaal schrijven is een beproefde methode in therapie en counseling. Het helpt nieuwe perspectieven op zowel verleden als toekomst te ontwikkelen. Een verhaal schrijven helpt onbewuste patronen aan het licht te brengen en een nieuw verhaal te ontwikkelen.
Als nalatenschap voor je kinderen en kleinkinderen of voor vakgenoten.
Een verhaal nalaten is een groot cadeau voor je kinderen en kleinkinderen, of als je geen kinderen hebt, voor je neefjes en je nichtjes. En al helemaal voor de generaties die nog niet eens geboren zijn. Welke veranderingen heb jij tijdens je leven meegemaakt die voor generaties na jou als vanzelfsprekendheid ervaren worden? Jij bent getuige en maakt deel uit van een nog veel grotere geschiedenis, namelijk die van de mensheid. Welke ideeën hebben jou gevormd? Welke inzichten en lessen wil jij nalaten?
Om een nieuw en opwindend perspectief op de wereld, de politiek of het leven te delen
Er verschijnen steeds weer boeken over nieuwe inzichten, nieuwe perspectieven, spirituele zoektochten, lessen voor het leven. Soms zijn die ideeën gebonden aan een branche of een stroming, of aan een bepaalde filosofie. Wat heb jij de wereld te bieden aan inzichten? Heb je je verdiept in bepaalde zaken? Heb je onderzoek gedaan, ervaringen opgedaan? Ook bij vakliteratuur horen persoonlijke verhalen.
4. Wees heldhaftig
Het verlangen om je levensverhaal op te schrijven betekent dat je je ziel moet blootleggen. Wellicht ga je gevoelig materiaal met de wereld delen. Daar is moed voor nodig: moed om je schroom te overwinnen, maar óók om de kritische stemmetjes in jezelf die jou ervan weerhouden te schrijven de mond te snoeren.
Ken je die belemmerende, kritische zeurstemmetjes?
Mijn verhaal is saai
Mijn verhaal is niet actueel
Ik kan niet structureren
Ik weet niet waar ik moet beginnen
Ik ben bang dat ik het nooit afmaak
Ik heb geen schrijftalent
Ik ben bang voor de reacties van mijn familieleden
Ik ben bang dat ik er geen woorden voor kan vinden
Ik ben bang voor de emoties die mijn verhaal losmaakt
Ik heb geen tijd
Ik heb geen werkruimte
Ik heb kleine kinderen
Ik heb geen uitgever
Ik heb geen geld
Ik ben te dik
Ik ben te jong
Ik ben te oud
Ik heb geen computer
Ik heb geen inspiratie
Eigenlijk weet ik helemaal niet wat voor verhaal ik wil schrijven.
Al deze stemmetjes zijn innerlijke draken die jou klein houden en die de neiging hebben heel hard vuur te blijven spuwen in een poging je verlangen in de kiem te smoren, je geniale idee de grond in te boren en daarmee jouw creativiteit te vernietigen. Hier begint jouw uitdaging. Want als jouw ideeën en inspiratie blijven botsen op een muur van twijfel, angst en schaamte, is dat niet bevorderlijk voor de creatieve flow. Dan stagneert de boel. Kijk de draak dus maar liever recht in de ogen.
Van sprookjes kunnen we leren dat de held(in) zich niet moet laten overmeesteren door de angst (vaak gesymboliseerd door een draak, een boze wolf, een heks) maar die evenmin moet ontkennen of wegduwen. Ga met hem in dialoog. ‘Wie of wat ben je’ Waarom houd je mij tegen
Het gaat erom dat je je, net als een moedige held(in) je opdracht herinnert: jouw roeping, de reden waarom je op pad bent gegaan. In dat licht verschrompelt de draak, verandert hij in een lief speelgoedbeestje en kun je hem makkelijker aan.
Oefening: vertel het je draak
- Neem een pen en papier en schrijf een brief aan jouw meest dominante, belemmerende innerlijke drakenstem. Leg uit waarom je ondanks al de geopperde bezwaren toch aan dit boek, verhaal, essay of egodocument gaat beginnen.
- Laat de draak vervolgens ook aan het woord. Laat hem al de bezwaren openen die hij heeft en voer een dialoog met hem. Wie trekt er aan het langste eind?
Oefening: schrijf een brief aan jezelf
Neem pen en papier en schrijf een brief aan je huidige zelf vanuit een verder in de toekomst gelegen momenten. Spreek jezelf moed in en vertel waar het schrijven van het verhaal jou uiteindelijk zal brengen.
5. Wees nieuwsgierig
Ik heb geen bijzondere talenten, ik ben alleen buitengewoon nieuwsgierig – Albert Einstein
Een goede beginnershouding is open, onbevangen en nieuwsgierig. Met verwondering kijk je naar wat er gebeurt, je volgt het proces als het iets magisch betreft. Je hebt nog geen oordeel, je houdt dat wat er geschreven wordt langs geen enkele meetlat. Je bent bereid onkundig te zijn, durft te experimenteren en je kwetsbaar op te stellen. Je blijft tegelijkertijd ook enthousiast en vol energie over je idee.
Een open beginnershouding kan een kanaal voor inspiratie zijn. Daar hoef je niet zoveel voor te doen, behalve je openstellen, je pen of je computer in de aanslag houden, alert zijn op tekens, quotes en boeken die je ‘toevallig’ ziet.
De oude Grieken en Romeinen geloofden er heilig in dat er om ons heen een soort geesten leefden die ons soms iets influisterden en die ons hielpen met ons creatieve werk. Zij noemden dat ‘eudaimonia’ waar het woord demon in verpakt zit. Oorspronkelijk was daimon een Grieks woord voor een meestal goedaardige entiteit, een geestelijk wezen tussen de mensen en de goden in; noem het een bondgenoot. Volgens de wijsgeer Plato brachten daimons de bevelen van de goden over naar de mensen en de gebeden van de mensen naar de goden. Daimons waren dus een soort bemiddelaars. Vooral door de wijsgeer Socrates ging men steeds meer geloven dat ieder mens zijn persoonlijke daimon bezat, die hem van zijn geboorte af aan beschermde en zijn zedelijk – dus ook creatief – leven bestuurde. Met de opkomst van het monotheïsme kreeg de term pas een uitgesproken negatieve lading, en werd het een synoniem voor een (lagere) duivel.
Of je hier nu in gelooft of niet: het is wel een inspirerende en geruststellende gedachte dat je geholpen wordt. Verander je demon in een daimon en maak er een bondgenoot van, een beschermengel of goddelijke inspiratie die je gaat helpen. Dan kan het zomaar gebeuren dat je het gevoel krijgt dat je geleid wordt, dat het toeval een wel heel bijzondere rol speelt, dat je verbaasd bent over hoe mooi je in staat bent iets op te schrijven, en ervaar je de euforie van die geweldige inval.
laat dus maar los die kramp. Je hoeft geen megaprestatie te leveren. Sta ontspannen in dit proces, stel je open voor het verhaal dat verteld wil worden. Niet dat inspiratie altijd beschikbaar is. Je zult soms ook moeten ploeteren en zweten. Inspiratie volgt op transpiratie zegt men wel eens. Je zult wel degelijk gedisciplineerd moeten zijn en je moeten focussen op het schrijven.
6. Houd een dagboek bij
Ik raad sowieso alle mensen die willen schrijven aan om een dagboek bij te houden. Als je dat nog niet deed, begin er dan mee. Schrijf er iedere dag in en kies het voor jou meest gunstige moment. Let wel: een dagboek bijhouden is niet per se werken aan je verhaal, maar reflecteren op het schrijfproces en verder op alles wat er die dag of de dag ervoor gebeurde. Wat je opviel, hoe je je voelt, waar je over piekert, wat iemand tegen je zei, waarover je droomde. Het is bedoeld om stoom af te blazen, vrijuit te roddelen, boos te zijn, kritiek te hebben. Niemand leest het, dus het is een heerlijke manier om zowel client als therapeut te zijn.
Zorg voor een dagboek dat je met plezier openslaat omdat je het nu eenmaal prettig vindt het vast te hebben, omdat het papier fijn aanvoelt, omdat de kaft mooi is of simpelweg omdat het praktisch is en niet in je tas past. Schrijf er veel en vaak en snel in. Snel? Ja! Maak je niet druk over stijl of formuleringen. Laat het stromen.
Zorg daarnaast ook voor een klein opschrijfboekje in je tas of in je binnenzak om invallen, ideeën en quotes te noteren. Je zult opmerken dat als je jezelf eenmaal toestemming hebt gegeven om een schrijver te zijn, je veel zult zien en horen en lezen wat van pas kan komen bij het schrijven. Interviews, tv-series, kunstwerken – overal kun je inspiratie vinden.
7. Krijg de flow te pakken
Schrijven is loslaten en sturen tegelijk. Het is een dans tussen de twee hersenhelften. De rechterhersenhelft is het domein van de flow, de vrije associatie, het onbewuste en het beeldend vermogen. Maar als je alleen die hersenhelft het werk laat doen, krijg je hoogstwaarschijnlijk ongestructureerde chaos. De linkerhersenhelft zorgt voor focus, orde en structuur, bewustzijn en betekenis Je zult voortdurend moeten switchen tussen het creatieve brein en het logische brein. Schrijven is, net als andere creatieve disciplines bij uitstek geschikt om die twee hersenhelften te laten samenwerken. Het is voortdurend inzoomen en weer uitzoomen: je schrijft eerst een tijdje lekker door, zonder censuur, en pas na verloop van tijd lees je wat je geschreven hebt kritisch door, schrap je en orden je.
Een fantastische manier om erachter te komen wat er in je omgaat is het zogenaamde vrije schrijven. Hier zijn verschillende benamingen voor. Sommigen noemen het ‘automatisch schrijven’, anderen ‘freewriting’, ‘flowschrijven’ of ‘schrijven vanuit het hart’ en weer anderen noemen het ‘the morning pages’. Schrijf vijftien tot twintig minuten non-stop zonder je pen van het papier te halen. Ook al loop je vast en komen er kromme zinnen herhaal je jezelf, zit je te mopperen: je schrijft gewoon door.
Zo kan er bijvoorbeeld de volgende tekst ontstaan:
Ik heb geen idee wat ik hier zit te doen, ik heb last van mijn rug, mijn voet slaapt en ik wou dat de tijd voorbij was, buiten regent het en verder heb ik geen enkele inspiratie. Wat doe ik hier, ik heb zin in koffie. Is het nog geen tijd? Ik moet ineens denken aan Jonas, wat bedoelde hij nu gisteren?
Je zult misschien denken, wat heb ik daaraan? Ik beloof je… je merkt vanzelf dat er na enige tijd verdieping komt en er zich zelfs mooie invallen aandienen. Schrijf met de hand (psychologisch onderzoek toont aan dat schrijven met de hand het creatieve deel van je brein activeert) neem een fijne pen en zet een timer. Het enige wat nodig is is dat je doorschrijft.
Je kunt dit het best doen als je net wakker bent, omdat je dan nog dicht bij je onbewuste waarnemingen en je dromen zit en deze zich makkelijker aan je kunnen openbaren. Mijn ervaring is dat er op de eerste bladzij vaak volkomen nonsens komt te staan, maar dat er daarna vaak iets wonderlijks gebeurt. Je schrijft door de ‘bagger’ heen en dan ineens openbaart zich iets: een idee, een inval, een voornemen.
Oefening: ‘flow’ schrijven
Neem een schrift en een lekkere pen, zet de wekker en schrijf vijftien minuten non-stop. Geef woorden aan alles wat er in je opkomt: flauwekul, associaties, herinneringen, waar je zit, hoe je je voelt. Je kunt het niet verkeerd doen. Vergeet jezelf en volg de stroom van gedachten en emoties. Als het tijd is, neem je een pauze. Je kunt de woorden teruglezen, maar het hoeft niet.
Probeer dit idee vervolgens uit door een van de volgende openingszinnen te nemen en die boven aan een blanco pagina te schrijven of bovenaan in je word document.
Blijf weer non-stop doorschrijven gedurende vijftien minuten
- Wat ik me herinner van mijn kinderkamer
- Ik weet nog dat mijn moeder
- Op zondag voelde ik mij altijd
- Als puber was ik
- Mijn eerste zoen
- Mijn lichaam is
Of neem een openingszin naar keuze.
Tip. Maak hier een dagelijkse gewoonte van. Schrijf iedere dag in de vrije vorm, voordat je aan het echte werk begint. Doe dit bijvoorbeeld eens op basis van kinderfoto’s van jezelf of van familiefoto’s. Neem een persoon uit je leven over wie je je gedachten en gevoelens opschrijft. Krijg plezier in het schrijven, boor je herinneringen aan.
8. Creëer tijd en ruimte
Je moet de ruimte creëren, minimaal een uur of zo per dag waarin je je niet bezighoudt met wat er in de krant stond die ochtend, wie je vrienden zijn, wat je anderen verplicht bent en wat anderen jou verplicht zijn. Ruimte en tijd waarin je de ervaring centraal stelt en tevoorschijn laat komen wie en wat je bent en wat je zou kunnen zijn. Een plek voor creatieve incubatie. Eerst denk je misschien dat er niets gebeurt, maar als je een heilige plek hebt, en die gebruikt, dan zal er uiteindelijk iets gebeuren. Dat is niet iets waar ik in geloof, dat is mijn ervaring – Joseph Campbell
Zorg voor een plek waar je geïnspireerd kunt raken en waar je lekker zit. Of je nu aan de keukentafel gaat zitten als de kinderen de deur uit zijn, ‘s morgens vroeg op zolder of elke middag in een café op de hoek, het maakt mij niet uit, als je het maar organiseert en daar trouw en gedisciplineerd in bent. Wist je dat het woord ‘discipline’ komt van het woord ‘discipel’? Discipline betrachten houdt in dat je een discipel van je eigen project bent en je daar onvoorwaardelijk aan verbindt.
Ik had ooit een leraar die zei: ‘Studeer iedere dag vijf minuten’, ‘Vijf minuten maar? vroeg ik verrast. Ja want hij wist dat vijf minuten meestal tien of twintig minuten werden. Het ging hem erom dat je ervoor ging zitten. En zo is het met schrijven ook. Besteed er iedere dag aandacht aan. Ook al herschrijf je maar een alinea, of verander je twee woorden, het verhaal groeit vanzelf omdat je er aandacht aan besteed.
Wanneer je begint te schrijven, zorg dan dat de schrijver en lezer tegelijk bent, verteller en luisteraar in één. Stel je open en wees nieuwsgierig naar de verhalen die zich aandienen, duik in de wereld van de herinneringen en schrijf over alles wat zich aandient. Wat komt er naar voren? Verras jezelf.
Oefeningen
- Noem tien redenen waarom jij je levensverhaal wilt schrijven
- Maak een lijstje met familieleden die je mogelijk zouden kunnen ontmoedigen je verhaal op te schrijven. Schrijf hen een korte brief met de reden waarom je graag je levensverhaal wilt schrijven
- Maak een lijstje met vijf familieverhalen die je belangstelling hebben
- Waarover schreef je als kind? Schrijf over je vroegste schrijverservaringen
- Beantwoord de vraag wie of wat je heeft aangemoedigd te schrijven
- Maak een lijst met de belangrijkste zeven gebeurtenissen in je leven
- Sluit regelmatig je ogen en ga terug naar je jeugd, bezoek je ouderlijk huis, probeer je details te herinneren, vul je herinneringen met beelden en gids jezelf naar een diepere laag. Schrijf erover
- Schrijf een brief aan een jongere of oudere versie van jezelf
WAARHEID EN VERHAAL
Feit en fictie staan soms op gespannen voet met elkaar, mengen zich, dwarrelen door elkaar heen en maken gebruik van elkaar.
Als je de waarheid over je leven wilt schrijven is het de vraag of je de hele waarheid met al haar feiten en details wel kunt en mag herscheppen. Sommige dingen weet je niet precies meer, je geheugen laat je in de steek of speelt een spelletje met je, bepaalde zaken zijn niet van belang en in sommige gevallen wil je bekenden niet onaangenaam verrassen. Je moet daarom wel sommige dingen aanscherpen, selecties maken, dialogen herscheppen, episodes indikken, zaken verdraaien, mooier maken en soms overdrijven. Om bekenden en familieleden te beschermen moet je misschien andere namen kiezen.
Om jouw subjectieve en emotionele waarheid te kunnen opschrijven en overbrengen maak je gebruik van literaire technieken en fictieve elementen. Natuurlijk kunnen daarbij onwaarheden binnensluipen. De opeenvolging van gebeurtenissen of een plaats van handeling of wat iemand precies zei… Het kunnen interpretaties zijn die de waarheid toch geen geweld aandoen. Dat zou veranderen als je de boel bij elkaar gaat verzinnen en zaken uit je duim gaat zuigen.
Een mengeling van fictie en non-fictie wordt wel faction of factfiction genoemd. Het verhaal is dan gebaseerd op feiten, maar daaromheen worden dingen verzonnen. Denk bijvoorbeeld aan de oorlogsfilm Apocalypse Now van Francis Ford Coppola.
In die film krijgt legerkapitein Willard de opdracht om kolonel Kurtz te vermoorden, die in zijn eentje opereert en er gewelddadige praktijken op na houdt. De film leunt op ware feiten, maar brengt de waanzin van de oorlog dichtbij door fictieve elementen en levensechte personages toe te voegen.
Datzelfde geldt voor de film Titanic. We kunnen ons pas echt iets voorstellen bij het drama dat zich daar destijds in werkelijkheid heeft afgespeeld doordat we ons met de personages kunnen identificeren.
Misschien was Truman Capote wel de eerste die zich na het schrijven van de non-fictieroman In Cold Blood verschool achter het label fictie. Hij introduceerde zelf het bericht non-fictie roman. Zijn doel was to write a true account of an actual murder case. Die waarheid zou de vorm aannemen van een roman met als enige verschil dat van het begin tot het einde ieder woord zou kloppen. De allereerste zin uit Capotes voorwoord bij het boek luidde: ‘All quotations in this book are taken either from official records or from conversations, transcribed verbatim, between the author and the principals’. Het genre faction was geboren.
Er zijn legio voorbeelden van mengvormen tussen feit en fictie. Een romanschrijver doet niets anders dan eigen ervaringen en inzichten en visie op het leven aan het schijnbare toeval onttrekken en daar dan iets nieuws van maken, met als doel betekenissen te creëren.
Autobiografisch werk, als het zo wordt aangekondigd, heeft een innige relatie met de waarheid. Als schrijver van je levensverhaal maak je gebruik van fictieve elementen, maar je baseert je verhaal op waargebeurde zaken.
VOORBEELDEN
Baseer je dus op de feiten, maar permitteer jezelf vrijheden. De waarheid is altijd een kwestie van perspectief. Geen enkel verhaal kan zonder feiten en informatie. Maar een optelsom van feiten en data is uiterst saai. Probeer daarom de lezer altijd te informeren door de feiten te kleuren met innerlijke waarden, typische omstandigheden, observaties, gevoelens en gedachten.
VOORBEELDEN
Oefening Feiten kleuren
- Beschrijf op beeldende wijze een familielid. Vertel over karakter, achtergrond, fysieke verschijning en manier van doen en laten
- Beschrijf in maximaal honderd woorden het tijdperk waarin jij opgroeide zonder de exacte data te noemen
- Beschrijf een familieritueel, zoals Kerstmis of een begrafenis. Neem de vrijheid om de feiten te verdichten.
WAAR GAAT HET EIGENLIJK OVER?
Jouw ideale lezer
Nu je dagelijks werk maakt van het schrijven en het werken aan de koffer met verhalen, anekdotes, voorvallen en herinneringen, dringt vermoedelijk de vraag zich op waar je verhaal naartoe beweegt. Wil je je verhaal en de voorvallen die je nu verzamelt gebruiken om jezelf beroepsmatig te profileren? Is het voor je nageslacht? Ga je voor een miljoenenpubliek? Is het bedoeld voor mensen die zich bezighouden met spiritualiteit? Sportliefhebbers? Collega’s? Vrouwen in de overgang? Vluchtelingen? Kinderen? Mannen met een midlifecrisis?
Sommige levensverhalenschrijvers zouden zeggen: ik schrijf voor mezelf. Dat is natuurlijk legitiem, maar ik vermoed dat iedere schrijver toch stiekem graag lezers bereikt. Ook al is het maar een handjevol of betreft het alleen zijn familie.
Het is bovendien gunstig voor het schrijfproces als je weet tot wie je je richt. Dat helpt te structureren, te selecteren en de juiste stem te kiezen. Je kunt zelfs je perspectief aanpassen en je lezer – zoals ik nu doe – direct aanspreken.
Het is best een kunst om je te richten op een specifiek publiek en toch de vrijheid te behouden om over alles te schrijven waar je over wilt of moet schrijven, inclusief de pijn, de precaire zaken, de schaamte en de schuldgevoelens. Schrijf vrijuit en beslis later wat er eventueel geschrapt of aangepast moet worden.
Opdracht: de ideale lezer
- Bepaal je ideale lezer. Schroom niet, durf te dromen. Op wie gaat jouw verhaal impact hebben? Omschrijf de kenmerken van de ideale lezer. Dat kan ook een fictieve figuur zijn. Wat wil hij weten? Waar zoekt hij naar?
- Schrijf een korte brief aan jouw ideale lezer, geef deze eventueel een naam en kondig je boek vast aan.
Onderzoek je eerste idee
Een geruststelling… het idee is er al. Misschien is het nog piepklein, maar ergens op een zeker moment is het idee komen aanwaaien… ‘Zou het niet geweldig zijn als….’ Je hart maakte een sprongetje. Misschien heb je van opwinding zelfs wel een paar uur wakker gelegen. Waarschijnlijk heb je het idee iets later ook weer proberen weg te moffelen, want je zag ook al die bezwaren. Maar als het goed is heb je die nu aan de kant.
Ideeën zijn precair. Je moet er voorzichtig mee omgaan. Ze zijn kwetsbaar. Ideeën die je te snel in een te prematuur stadium prijsgeeft kunnen door hoe anderen erop reageren, zomaar een vroege dood sterven. Pas daarvoor op. Ook betreft jouw idee jouw persoonlijke verhaal, het moet nog groeien. Het is een kiem en die verdient goede grond, het juiste licht, de juiste voeding. Je idee heeft tijd nodig.
Wanneer jij er te snel te hoog van gaat opgeven, schrompelt het ineen. Wanneer je het verwaarloost, sterft het een vroege dood. Jij bent verantwoordelijk, want het idee is in jouw brein ontstaan. Dus koester het! Broed het ei in alle rust uit. Zorg niet voor te hoge tijdsdruk. Neem rust, voed jezelf.
Onderwerpen
Het is goed om te bedenken dat je gevoelens en herinneringen hebt, maar dat je er niet mee samenvalt. Door afstand te nemen en vanuit een belangstellende houding naar jezelf als hoofdpersonage te kijken, kun je gevoelens waarnemen zonder erdoor overvallen te worden. Schrijf over je ervaringen alsof je een archeoloog bent, nieuwsgierig, voorzichtig, zonder erin te verdrinken.
Er ontstaat ruimte en je verhaal krijgt iets universeels en herkenbaars. Puur persoonlijke anekdotes en gevoelens hoeven anderen niet per se te interesseren> pas als je de thematische laag – waar gaat het eigenlijk over? – weet aan te boren, vergroot je de kans dat de lezer zich in je verhaal herkent. Sta dus stil bij de universele en thematische elementen in je verhaal die lezers zullen herkennen: de rouw om een dode, de wanhoop bij het ontdekken van een ziekte, een onmogelijke liefde, een onverwachte kans die je leven in beweging zet, dromen, angst of knooppunten.
Misschien weet je al wat voor type verhaal het gaat worden. Hierna noem ik een aantal onderwerpen waar je jouw verhaal onder kunt scharen. Dat kan uiteraard ook een mengvorm zijn.
- Reizen. het verhaal gaat over een reis of meerdere reizen
- In de schijnwerpers. Het verhaal gaat over een politieke loopbaan, een sportcarriere of een andersoortige publieke bekendheid
- Spiritualiteit. Het verhaal gaat over een spirituele ontwikkeling of ervaring
- Verdriet. Het verhaal gaat over verlies, pijn en eenzaamheid.
- Ziekte. Het verhaal gaat over het verloop van een ziekte proces.
- Woonomgeving. Het verhaal gaat over leven in een stad, in een bepaald land of op het platteland.
- De disfunctionele familie. Het verhaal gaat over opgroeien in onveiligheid.
- De bijzondere familie. Het verhaal gaat over opgroeien in een opmerkelijke of onconventionele omgeving
- Religie en dogma’s. Het verhaal gaat over opgroeien met een streng geloof of in een sekte
Denk verder aan….
- Het overleven van oorlog, gevaren en rampen
- Liefde en romantiek
- Een bijzondere vriendschap
- Werk, baan en carriere
- Een ontdekking of uitvinding
- Een avontuur
- Het overwinnen van een verslaving
- Het leven als kunstenaar
Enzovoort
Opdrachten en oefeningen: je onderwerp verkennen
- Begin maar eens met verkennend schrijven. Schrijf voor de vuist weg over je idee. Schrijf een paar A4jes vol, nog zonder doel. Wees nieuwsgierig naar wat zich aandient
- Herlees je schrijfsels en onderstreep zinnen die je goed of treffend vindt. Maak van die zinnen een gedicht in vrije vorm.
- Schrijf een brief aan iemand die jouw project aanmoedigt. Leg je plan aan hem of haar voor. De persoon die je voor ogen hebt, steunt jou en heeft geen bezwaar. Je bent vrij om te blunderen.
Vernietig je thema’s en associeer!
Sommige schrijvers die van plan zijn hun levensverhaal op te schrijven lopen al in een vroeg stadium vast omdat ze beginnen het verhaal chronologisch op te schrijven. Dat wordt dan al snel een opsomming: en toen en toen en toen… En dan ineens raken ze verstrikt in details en gebeurtenissen die er niet toe doen en zien ze door de bomen het bos niet meer.
Mijn advies: begin in dit stadium niet chronologisch, maar verzamel, inventariseer en associeer. In een later stadium gaan de puzzelstukjes in elkaar vallen. Durf daarop te vertrouwen. Dit seminar loodst je stap voor stap naar een overzicht, een structuur en een outline.
Maar ook als je probeert eerst een opzet te maken of een schema, loop je wellicht vast, omdat het schrijfproces je halverwege met andere en onverwachte zaken confronteert. Dan klopt het schema niet meer en beland je in een tunnelvisie.
Durf je schema’s te vernietigen en vermijd nog even het lineaire denken. Schrijven is een creatief proces, dus durf te associëren.
Oefening: Spinassociatie
- Neem een vel papier en schrijf in het midden van je vel een woord dat de kern van jouw verhaal omvat. Trek er een cirkel omheen. Trek lijntjes vanuit het woord en associeer dan vrijelijk op dat woord. Zorg voor minstens tien associaties.
- Associeer vervolgens op die nieuwe woorden, met steeds twee of drie associaties. Neem dan een rood potlood en onderstreep de zeven woorden die je het meest bevallen
- Schrijf een korte tekst of een gedicht waar die woorden in voorkomen.
Zoek naar de moraal.
In een goed verteld verhaal heeft de hoofdpersoon aan het einde een les geleerd, een inzicht verworven, een schat veroverd, een helend medicijn gevonden, een talent aangeboord of zijn grote liefde gevonden. Als dat niet gelukt is, spreken we over een tragedie of een komedie. Maar in dat laatste geval leert de lezer er wat van. Hij is dan getuige geweest van een worsteling, een strijd, een opgave, een reis, een zoektocht. En of een verhaal nu goed of slecht afloopt, er zit een les in of een moraal. Het gaat over doorzettingsvermogen, optimisme, strijdvaardigheid, opoffering, wijsheid, inspiratie, samenhorigheid, focus.
Over de achterflaptekst
De tekst op de achterkant van je boek is meestal de tekst die gebruikt wordt om je boek bij boekhandelaren aan te prijzen en deze tekst staat ook op de webshops, op je site en op de site van je uitgever. De achterflaptekst is een prikkelende korte samenvatting van jouw verhaal, bedoeld om de lezer te verleiden. Maar let op: zonder spoilers, je verklapt niet hoe het afloopt.
Zelf in een vroeg stadium je achterflaptekst schrijven helpt je om je verhaal voorlopig samen te vatten. Je begint met het gewenste eindproduct voor ogen. Later, op het moment dat je boek af is of wordt uitgegeven, schaaf je deze tekst uiteraard bij.
Het is nog een hele kunst om een goede achterflaptekst te schrijven. Geef niet te veel weg, vertel niet hoe het verhaal afloopt, schrijf in de derde persoon enkelvoud, schrijf helder en prikkelend.
Voorbeeld van een achterflaptekst: Een kamer voor jezelf – Virginia Woolf
In de discussie die Woolf met de vele versies van haarzelf aangaat, staat een stelling centraal: een vrouw die fictie wil schrijven heeft geld nodig en een kamer met een slot op de deur. Met haar beeldende taal en retorische kracht wordt dit idee uitvoerig en op onnavolgbare wijze onder de loep genomen.
Opdracht: Flaptekst
- Probeer een (voorlopig) antwoord te vinden op de vraag: wat gaan de lezers van jouw verhaal leren? Welke eigenschappen hebben jou ‘gered’? Welk inzicht of welke les zou je lezers mee willen geven? Wat halen ze eruit voor zichzelf?
- Schrijf een (voorlopige) flaptekst. Stel je nu voor dat je boek in de boekwinkel ligt en dat een geïnteresseerde lezer jouw boek in handen heeft en achterop leest of het boek iets voor hem of haar is. Wat vertelt de achterflaptekst? Is dat een uitdagende, prikkelende beschrijving? Beschrijf je achterflaptekst op drie verschillende manieren. Leg de tekst weg en kijk er in een later stadium naar. Herschrijf de tekst met regelmaat.
NB Houd het kort en probeer je flaptekst in ongeveer honderdvijftig woorden samen te vatten
KEERPUNTEN
Life is what happens to you while you are busy making other plans – John Lennon
Het leven laat zich goed beschrijven aan de hand van keerpunten en beslissende momenten. We gaan daarom een levenslijn met keerpunten maken, een selectie van bepalende wendingen in je leven, momenten dat het leven jou een duwtje gaf, waardoor er van alles veranderde.
Van alle gebeurtenissen en herinneringen is er maar een beperkt aantal bepalend en ingrijpend. Veel andere zijn triviaal, grappig of alleen maar illustratief. Het selecteren van bepalende en beslissende momenten levert een uitstekende basis voor de plotstructuur. Vaak verwijzen wendingen naar dieper gelegen thema’s in je leven. Het selecteren van keerpunten zorgt ervoor dat je je minder verliest in details of een veelheid aan herinneringen; ze vormen de scharnierpunten van je levensverhaal en selecteren automatisch gebeurtenissen die van belang zijn.
Vooral als je worstelt met focus twijfel je waarschijnlijk over waar je moet beginnen of wat van belang is. Moe je bijvoorbeeld wel of niet over je voorouders schrijven, moet die kindertijd er wel of niet in?
Een keerpunt is een significante verandering of transformatie, een brandpunt van energie, kracht en bewustzijn, een poort naar iets nieuws, een passage. Een keerpunt kan een ontmoeting zijn, een geboorte, een huwelijk een ontslag een diagnose van een ziekte een verhuizing, een sterfgeval een piekervaring of een dieptepunt. Op het moment dat het plaatsvindt heb je vaak nog niet in de gaten dat het een keerpunt betreft. Pas terugblikkend realiseer je je de impact.
We ervaren het leven, onze ervaringen, onze aannames, verwachtingen en percepties vóór het keerpunt op een andere manier dan daarna. We kunnen nooit meer terug naar wie we waren voor het keerpunt.
OEFENING ZES KEERPUNTEN
Teken op een vel een levenslijn van links naar rechts. Kies zes bepalende en invloedrijke keerpunten uit je leven (of uit de periode die je wilt beschrijven) en plaats die op die tijdlijn. Markeer ze alsof het ballonnen zijn die van de lijn op lijken te willen stijgen.
Je kunt een tijdlijn maken vanaf een bepaald punt in je leven, bijvoorbeeld vanaf je geboorte, of vanaf een bepaalde periode in je leven waar je over wilt schrijven. Soms vindt een gedeelte van je verhaal in je jeugd plaats en het grootste deel verder in je huidige leven.
Denk bijvoorbeeld aan:
- Ouders uit elkaar
- De geboorte van een kind
- De dood van een geliefde
- Een nieuwe baan
- Verhuizing
- De diagnose van een ziekte
Schrijf in de ballonnen kernachtig op wat voor keerpunt het betrof en bepaal vast voor jezelf waarom deze keerpunten van invloed waren op je leven. Heb je er meer dan zes? Kijk dan toch welke zes van de grootste invloed zijn geweest. Misschien is de dood van je opa niet zo bepalend voor jouw ontwikkeling als je dacht. Houd het bij zes momenten!
Zeswoordenverhaal
We gaan nu van deze keerpunten een zeswoordenverhaal maken. Het was vermoedelijk Ernest Hemingway die het zeswoordenverhaal bedacht en het beroemde miniverhaaltje opschreef: For sale, baby shoes, never worn. In deze zes woorden is alles terug te vinden. De hoop, het verlangen, het verdiret. Het is een verhaal met een begin een midden en een einde. En dat met zes woorden.
Op basis van de zes bepalende momenten kun je nu een zeswoordenverhaal maken. Je vraagt je misschien af hoe dat in hemelsnaam mogelijk is, maar probeer het toch eens en mak er als je er plezier in krijgt verschillende. Hier voorbeelden.
- Bijna dood. Nu leren leven
- Weer verhuizen. Naar dichter bij mezelf.
- Heldentrip. Verschillende wegen naar Rome
Het maken van zeswoordenverhaaltjes helpt je keuzes te maken en thema’s naar boven te halen. Het is een proces van destilleren en selecteren. Je komt tot de kern, je krijgt zicht op wat belangrijk voor je was en is.
OPDRACHT: ZESWOORDENVERHAALTJES
- Maak op basis van je zes keerpunten een aantal zeswoordenverhaaltjes. Neem de tijd hiervoor. Experimenteer.
- Kies een van de zeswoordenverhaaltjes die je hebt gemaakt en schrijf er gedurende vijftien minuten non-stop over. Schrijf voor de vuist weg. Kies dan een andere en doe hetzelfde. Schrijf door, schrijf snel. Fouten maken kan niet.
- Maak bij elk keerpunt een lijstje van minimaal tien herinneringen en gebeurtenissen die met dit keerpunt te maken hadden. Zo krijg je clusters van scenes die je later kunt uitwerken.
THEMA’s EN MOTIEVEN
Een verhaal wint aan kracht als er herkenning is. Die herkenning vindt nooit plaats op basis van een anekdote op zich, maar met name door de dieper gelegen thematiek. Daarom aan we nu een thematische verkenning doen. Waar gaat jouw verhaal in wezen over? Is er sprake van een terugkerend thema of motief?
Ik behandel zeven thematische domeinen die je kunnen helpen met het onderzoek naar waar je verhaal op een dieper niveau over gaat. In de archetype theorie beschrijven we twaalf basisdrijfveren, bedoeld om geloofwaardige en ronde karakters te bouwen, maar de uiteenzetting van de drijfveren is ook behulpzaam om je eigen diepere en onbewuste motieven te achterhalen.
Maar de drijfveren zijn ook weer verwant aan de piramide van Abraham Maslow, die in zijn Theory of Human Behavior vijf niveaus van ontwikkeling onderscheidde. Ik hanteer op basis van deze inzichten zeven thematische domeinen:
- Overleven
- Lichamelijkheid
- Identiteit
- Liefde
- Creativiteit
- Inzicht
- Spiritualiteit
Als kind beginnen we in het eerste domein en als het goed is maken we een reis naar de andere domeinen met als doel zelfrealisatie: jezelf optimaal ontplooien. Maar soms zit er in een bepaald domein nog iets vast. Wanneer je als kind bijvoorbeeld nooit basisveiligheid hebt ervaren, zal er in het eerste thematische domein werk verricht moeten worden, wil je als mens een gezonde ontwikkeling doormaken en naar het volgende niveau doorgroeien. Als je je miskend hebt gevoeld, dan is het werken aan niveau 3 – werken aan je identiteit – misschien een extra thematisch aandachtsgebied in je verhaal. Maslow maakt dat ook duidelijk in zijn behoeftepiramide: als je niet genoeg te eten hebt, is er geen ruimte voor liefde, laat staan voor persoonlijke ontplooiing.
Als je ervan uitgaat dat jouw verhaal vertelt over hoe je gegroeid bent of hoe je inzichten hebt verworven, willen we als lezer graag weten welke situaties, conflicten en eventuele strijd die ontwikkeling heeft plaatsgevonden. Je ware potentieel kun je pas ontdekken als je durft te kijken naar wat jou een tijdje heeft belemmerd, welke emoties je wegstopte, waar je je voor schaamde of wat je ambieerde of nastreefde.
Misschien hebben het maken van de tijdlijn en het bepalen van de zes keerpunten en het zeswoordenverhaal uit het vorige deel je al geholpen. Onderzoek welk thematisch domein in jouw leven een terugkerend gegeven is.
De Zeven thematische domeinen
- Overleven. Hechting, zekerheid, veiligheid, geboorte, ziekte en dood.
Dit thematische domein is het eerste domein waar we mee te maken krijgen tijdens ons leven. Het betreft het leven en het overleven op aarde, wat het betekent om een fysiek lichaam te hebben en wat we doen als we in ons bestaan bedreigd worden of onveiligheid ervaren. Het gaat er dus om zekerheid, stabiliteit, veiligheid en hechting te verankeren.
Wanneer je in je vroege jeugd te maken hebt gehad met dood, ziekte, oorlog, onthechting (psychisch) geweld, dan kan het zijn dat die veiligheid nog steeds op het spel staat.
Het hoofdmotief is overleven en veiligheid verankeren. Bij problemen in dit domein heb je wellicht een heel goede strategie ontwikkeld om te overleven en die veiligheid te zoeken. De vraag is of die strategie je op de lange termijn ook helpt of dat je erop vastloopt. Als je wilt schrijven over dit thematische domein krijg je de volgende verhalen:
- Verhalen over hoe de basisveiligheid in de vroege jeugd op de proef werd gesteld door confrontatie met de dood, ziekte, oorlog of natuurgeweld
- Verhalen over een vroege confrontatie met woede, huiselijk geweld of destructie
- Verhalen over vechten of vluchten
- Verhalen waarin de thema’s geboorte en dood een belangrijke rol spelen.
- Verhalen rond kwesties rond hechting of veiligheid in de vroege jeugd.
- Verhalen van mensen die hun geboorteland moeten ontvluchten vanwege oorlog en geweld
2. Lichamelijkheid: Liefde, begeerte, seksualiteit, driften, relaties, emoties, genot en angst.
In dit domein gaat het over lichamelijkheid, erotiek, spanning, fysieke aantrekkingskracht en de gevolgen daarvan. Wanneer het eerste thematische domein is doorleefd en we zekerheid en veiligheid hebben verankerd, worden we uitgedaagd ons letterlijk en figuurlijk bloot te geven om op intieme manier in contact te komen met de ander. We leren ons open te stellen en kwetsbaar op te stellen in onze groei naar een evenwichtiger en lichter bestaan.
Het hoofdmotief is plezier en zinnelijkheid. Het is de levensvreugde waar we naar streven, maar op het moment dat we ons daarvoor gaan openstellen, kan daar ook misbruik van gemaakt worden en kan er een beschadiging optreden. Als je wilt schrijven over dit domein krijg je de volgende verhalen:
- Verhalen die gaan over thema’s als lichamelijkheid en seksualiteit.
- Verhalen die gaan over het (on)vermogen om te genieten, (im)potentie en (on)vruchtbaarheid
- Verhalen over het ontdekken van een seksuele geaardheid.
- Verhalen waarin begeerte, schaamte schuld of jaloezie een rol spelen
- Verhalen over het niet kunnen beheersen van primaire driften in de familie
- Verhalen over misbruik in de jeugd
- Verhalen over obsessief gedrag
- Verhalen over seksuele of lichamelijke problemen, zoals anorexia of boulimia
3. Identiteit: Macht, zelfbewustzijn, ego, ambitie, respect en aanzien
Dit domein gaat over de zoektocht naar een eigen identiteit naar het gevoel ‘uniek’ te zijn.
Nadat we ons hebben leren openstellen en hebben leren genieten van lichamelijkheid, komt het erop aan ideeën vorm te geven en het gevoel te hebben dat we ertoe doen. Het gaat erom geest en lichaam – hemel en aarde – te verbinden. We ontwikkelen een ego, dat ons helpt zaken in de wereld te zetten en ons zelfvertrouwen te ontwikkelen.
Het hoofdmotief is een identiteit ontwikkelen. Het gaat erom iemand te zijn in de wereld. Wanneer je in je leven moeite hebt gehad met ‘erbij’ horen, geen eigenwaarde hebt ervaren of emotioneel stabiel was, of een gebrek aan zelfvertrouwen had dan heb je vast verhalen over dit domein.
In dit domein horen ook verhalen waarin een persoon geobsedeerd is door het eigen uiterlijk of de eigen persoonlijkheid:
- Verhalen over het gevoel ‘apart’, ‘anders’ of ‘bijzonder’ te zijn
- Verhalen over de aan-of afwezigheid van zelfvertrouwen
- Verhalen over egoïsme, dominantie, ambitie en gebrek aan inlevingsvermogen
- Verhalen over doorzettingsvermogen, ambitie en wilskracht
- Verhalen over ambitie en de drang bijzonder te zijn
- Verhalen over verantwoordelijkheid nemen voor een groep, een gezin, een bedrijf of een team
- Verhalen over sport, werk en carriere
4. Liefde: Idealisme, sociale betrokkenheid
Dit thematische domein gaat over de zoektocht naar verbinding, het aangaan van relaties en de inzet voor een hoger doel. Nadat je een identiteit hebt ontwikkeld, gaat het erom dat je ook onbaatzuchtige liefde kunt ervaren door je op een dieper niveau met een ander of met een hoger doel te verbinden. Het is het domein van het hart en het betreft de empathie en de afstemming op de ander.
Het hoofdmotief: pure onbaatzuchtige liefde of idealisme. Wanneer je in je leven problemen hebt ervaren met overgave, met gevoelszaken, met liefde, kan het zijn dat jouw verhalen gaan over het vermogen of het onvermogen om de verbinding met de ander tot stand te brengen of vast te houden. Dat levert de volgende verhalen op:
- Verhalen over het (on) vermogen je te verbinden met anderen
- Verhalen over een onmogelijke liefde
- Verhalen over toewijding en opoffering
- Verhalen over het (on) vermogen om van jezelf te houden
- Verhalen over passie en idealisme
- Verhalen over de balans tussen zorgen voor anderen en zorgen voor jezelf
- Verhalen over (angst voor) intimiteit
- Verhalen over verslaving (aan drank, drugs, liefde)
5. Creativiteit: Communicatie en expressie
Deze verhalen gaan over het vinden van je eigen stem en over ontdekken wat jij te doen hebt op aarde. Liefde ervaren en verbinding met anderen tot stand brengen is belangrijk, maar we willen ook graag ons diepste wezen tot uitdrukking brengen. Dit is het domein van de kunstzinnigheid en de communicatie.
Het hoofdmotief: creativiteit, communicatie en expressie. Wanneer je de worsteling kent van hoe je dingen in de wereld zet, of dat nu via schrijven, musiceren, dansen, spreken of de wetenschap is, dan heb je waarschijnlijk verhalen die daarover gaan:
- Verhalen over kunstenaars en hun drang iets tot uitdrukking te brengen
- Verhalen over talenten en talentontwikkeling
- Verhalen over ideeën die de wereld kunnen veranderen
- Verhalen over innovatie,ondernemerschap en creativiteit
- Verhalen over hoe er samenhang kan worden gecreëerd in, of vorm kan worden gegeven aan, de chaos van het leven.
6. Inzicht: Kennis, wijsheid en inspiratie.
De verhalen uit dit thematische domein gaan over inspiratie, wijsheid, geestkracht en het vertrouwen op innerlijke kracht. Het hoofdmotief is inspiratie, inzicht en integratie. Heb je ervaringen met het (on) vermogen om naar je intuïtie te luisteren, het al of niet ervaren van innerlijke kracht, de aan-of afwezigheid van fantasie en verbeelding? Dan levert dit domein je wellicht dit soort verhalen op:
- Verhalen over de aan-of afwezigheid van focus en richting
- Verhalen over somberheid en depressie
- Verhalen over het in balans krijgen van lichaam, geest en emoties
- Verhalen over inspiratie en inzichten
- Verhalen over de zoektocht naar de waarheid
- Verhalen over wijsheid en wetenschappelijke ontdekkingen
- Verhalen over visioenen en nieuwe leefstijlen
7. Spiritualiteit: Wonderen, onthechting, hoger bewustzijn
De verhalen uit dit domein gaan over verlichting en hoe de aardse beperkingen en de tegenstellingen te ontstijgen.
Het hoofdmotief is verlichting. In dit domein gaat het om het overstijgen van aardse zaken en je niet meer laten leiden door hebzucht of emoties. Hoewel echte verlichting niet voor iedereen is weggelegd, kan dit ook in een normaal aards bestaan ervaren worden in de vorm van gelijkmoedigheid, balans, besef van eenheid en verbinding met je hogere zelf. Wanneer je zoekt naar evenwicht, innerlijke rust of spirituele ervaringen hebt, vind je wellicht in dit domein de verhalen die je wilt vertellen:
- Verhalen over de zoektocht naar de zin van het bestaan
- Verhalen over een persoonlijke spirituele ontdekkingstocht
- Verhalen over ervaringen met mediumschap
- Verhalen over een bijna – doodervaring
- Religieuze en spirituele ervaringen
- Verhalen over omgaan met de dood
- Verhalen over verlichting of onthechting.
Het hoofdmotief is verlichting. In dit domein gaat het om het overstijgen van aardse zaken en je niet meer laten leiden door hebzucht of emoties. Hoewel echte verlichting niet voor iedereen is weggelegd, kan dit ook in een normaal aards bestaan ervaren worden in de vorm van gelijkmoedigheid, balans, besef van eenheid en verbinding met je hogere zelf. Wanneer je zoekt naar evenwicht, innerlijke rust of spirituele ervaringen hebt, vind je wellicht in dit domein de verhalen die je wilt vertellen:
- Verhalen over de zoektocht naar de zin van het bestaan
- Verhalen over een persoonlijke spirituele ontdekkingstocht
- Verhalen over ervaringen met het mediumschap
- Verhalen over een bijna-dood ervaring
- Religieuze en spirituele ervaringen
- Verhalen over het omgaan met de dood
- Verhalen over verlichting of onthechting.
Een gezond en bewust mens leeft in al deze domeinen. Of doorleeft ze. Als het goed is leer je in de loop van je leven en naarmate je ontwikkeling verder gaat hoe je basisvertrouwen kunt ontwikkelen, hoe je je prettig kunt voelen in je eigen lichaam, hoe je voor jezelf kunt opkomen, hoe je je inzet voor een (hoger) doel en jezelf op een diep niveau met een ander kunt verbinden, hoe je communiceert, je creativiteit kunt inzetten en je bewustzijn kunt ontwikkelen. Als je de zeven domeinen goed leest, ontdek je dat het hier om algemene menselijke ontwikkeling gaat. Misschien richt je je op één thematisch domein omdat je daar de meeste verhalen over hebt. Dat wil overigens niet zeggen dat je nog steeds verstrikt zit in zo’n domein. Je kunt zo’n domein allang ontgroeid zijn en er nu vanuit een ander perspectief naar kijken.
Reflectie
In welk domein ben jij ooit verdwaald, waar ben jij gevangengezet? Waar moest jij voor vechten? Waarin voelde je je onbegrepen? Wat moet (of moest) er in balans worden gebracht? Waar zitten de haakjes? Waar heb je nog iets te helen?
OEFENING: VERHAALTHEMA
- Onderzoek welke verhalen er bij jou opborrelen als je de thematische domeinen doorneemt. Associeer. Gebruik de freewriting-techniek om de thema’s te verkennen en herinneringen naar boven te halen
- Formuleer dan je voorlopige verhaalidee als volgt: ‘Mijn verhaal gaat over hoe ik ´
- Kies één woord dat vooralsnog jouw verhaalthema goed omvat
- Maak er bijvoorbeeld een klein gedicht van waarbij je gebruikmaakt van de schrijfvorm Elfje, waarin elf woorden worden verwerkt volgens het volgende principe
(1 woord)
(2 woorden)
(3 woorden)
(4 woorden)
(1 woord)
Voorbeeld:
Ambitie
Hard werken
Mijn doel gehaald
Maar voor wie eigenlijk?
Eenzaam
DE PROTAGONIST
Wanneer je autobiografisch wilt schrijven en een bepaald onderwerp wilt behandelen of een persoon wilt beschrijven, onthoud dan dat je jezelf in het verhaal schrijft. Jij bent degene die beschouwt het is jouw perspectief, jouw reflectie, jouw ervaring.
De held in een verhaal wordt ook wel de ‘protagonist’ genoemd. Het betreft het personage om wie het verhaal, de film, het toneelstuk of het boek draait. In een klassieke vertelling gaat het meestal om één personage of een koppel, maar soms betreft het ook een groep, een dorp of een land. Ik gebruik de termen ‘held’ en ‘protagonist’ door elkaar.
Het woord ‘protagonist’ is afgeleid van het Latijnse woord ‘agonie’ dat lijden of doodstrijd betekent. De protagonist is de persoon die het meest lijdt onder het drama dat zich afspeelt, de grootste ontwikkeling doormaakt en/of de grootste strijd levert. Hij of zij is duidelijk het belangrijkste en daarom meest uitgewerkte personage in het verhaal. Meestal leidt hij of zij in het begin een rustig of voorspelbaar leventje. Tot er iets gebeurt. Dit is vaak de start van een ontwikkeling met dramatische gevolgen.
Karaktergedreven plot
In de literatuur wordt onderscheid gemaakt tussen plotgedreven en karaktergedreven verhalen. Bij thrillers en detectives bijvoorbeeld bepaalt de schrijver meestal eerst de plotstructuur en verzint daar dan personages bij. Bij karaktergedreven verhalen krijgt de plot vorm door de psychologie van het hoofdpersonage. Het verhaal krijgt zijn verloop door de psychologie in relatie tot de omstandigheden van de hoofdpersoon. Zijn of haar specifieke drijfveren, talenten, voorkeuren, overtuigingen en keuzes en zijn respons op de omstandigheden bepalen hoe het verhaal verloopt. Zo ontstaan verhalen over hoogmoed die voor de val komt (Icarus) of over hoe macht corrumpeert (Macbeth) of over hoe een onmogelijke liefde kan leiden tot de dood (Romeo en Julia). Grote verhalen en levensverhalen zijn daarom altijd karaktergedreven.
Jouw levensverhaal wordt ook bepaald en aangestuurd door jouw ‘karakter’, door hoe jij in elkaar zit, hoe je gevormd bent, wat je voorkeuren, drijfveren en kwaliteiten zijn. Dat samen bepaalt hoe je omgaat met tegenspoed, hoe je weer opstaat na een val, hoe je je een weg door de duisternis hebt gebaand, hoe je standhield, voor jezelf opkwam, niet opgaf, hoe je leerde liefhebben, enzovoort. Jouw reactie op dat wat zich in je leven voordoet is bepalend voor hoe het leven zich ontvouwt en jouw perspectief daarop is weer bepalend voor de manier waarop je dat opschrijft.
Ook al ben je van plan korte columns te schrijven en te bundelen over je wereldreis, je patiënten, je collega’s of je kinderen, zelfs al wil je jezelf helemaal niet zo in het middelpunt zetten in je verhaal, dan nog ben jij degene die ons het perspectief voorschotelt. Het zijn jouw belevenissen, jouw inzichten.
Jouw verhaal is daarom volstrekt uniek. Er is verder niemand op de hele wereld die met exact dezelfde eigenschappen en achtergrond rondloopt die dezelfde dingen meemaakte en er hetzelfde over dacht. Daarom wil de lezer jou goed leren kennen en moet je jezelf als auteur en als hoofdpersoon introduceren op zo’n manier dat de lezer met je mee kan voelen. Je zult moeten beschrijven wie je bent, waar je vandaan komt, waar je naar streeft en verlangt en wat de obstakels op je pad zijn of waren. Als je een karakterschets zou moeten maken van jezelf, wie is dan deze persoon? Wat beweegt hem of haar? Wat zijn de karaktertrekken en blinde vlekken?
Oefeningen: wie is deze hoofdpersoon?
- Vertel over jezelf als kind. Doe dit in de derde persoon enkelvoud. Beschrijf wat de psychologische en lichamelijke kenmerken waren en beschrijf de karaktertrekken, de kwaliteiten en drijfveren en de omstandigheden waarin je werd geboren en/of opgroeide
- Schrijf over je ouders. Wat hebben ze je meegegeven aan waarden, talenten, voorkeuren, aannames? Wat waren de mores in huis? Welke bekende uitspraken ken je uit je familie?
- Schrijf over een overwinning die je ooit hebt geboekt en onderzoek welke kwaliteiten je hebt gebruikt bij het behalen van deze overwinning.
- Beschrijf jezelf door de ogen van je ouders. Doe dit voor verschillende leeftijdsfases.
- Wie ben jij in de grootste versie van jezelf? Wie ben jij in de kleinste of meest kleinzielige versie van jezelf?
- Stel je bent een sprookjesfiguur. Wat voor type ben je? En in welke setting zou je dit karakter willen introduceren?
- Wat vertellen mensen over jou op je begrafenis? Schrijf een fictieve speech.
- Maak de volgende zinnen af: Eigenlijk ben ik ….(lui, laf, veel te ambitieus, dom… hebzuchtig…) Daarom probeer ik.. (altijd hard te werken, veel te lezen, mij slimmer voor te doen…) Toch kan ik er niet omheen dat ik graag … (op de bank lig, beslissingen uitstel, op koopjes uit ben )…
Mede en tegenspelers
Op je levensweg ontmoet je medereizigers. Het zijn mensen die een tijdje met je oplopen, zoals geliefden, leraren, familie, kinderen maar het kunnen ook mensen zijn die je dwarsbomen of tegenwerken, die het jou moeilijk maken. In dramatermen noemen we deze laatste groep antagonisten (die de protagonist tegenwerken of dwarsbomen).
Opdracht: Karaterschetsen van medespelers
Maak eens een lijstje met medespelers en tegenspelers. Wie helpen je en wie werken je tegen? Maak van de belangrijkste spelers eens een korte levendige karakterschets. Beschrijf lichamelijke, sociale en psychologische kenmerken op zo’n manier dat de lezer een goed beeld krijgt.
Verhaalboog
Een goed verhaal gaat per definitie over verandering. In het begin is de held eenzaam, aan het einde heeft hij de grote liefde gevonden. Of in het begin is de held hoogmoedig en aan het einde is hij nederig geworden. Of in het begin is de held op zoek naar erkenning, aan het einde heeft hij die, misschien uit onverwachte hoek, gekregen. Of in het begin is de held gelukkig, maar dan slaat het noodlot toe. Die verandering noemen we een verhaalboog.
De verhaalboog gaat altijd over een transitie van waarden. Aan het einde is er van alles veranderd, heeft de held of heldin nieuwe inzichten verworven, is er een ziekte genezen, vindt er een huwelijk plaats. Er heeft een verschuiving in bewustzijn plaatsgevonden. En daar willen we over lezen, dus daar ga jij over schrijven.
Onderzoek daarom wat de beginwaarde en wat de eindwaarde van jouw verhaal is. Die twee punten moeten wezenlijk van elkaar verschillen Als een verhaal maar voortkabbelt en er verandert niets, heb je kans dat de lezer jouw boek snel aan de kant gooit: Ermoet iets gebeuren
Oefening: Wat is de verandering die jij wilt beschrijven?
Voorbeelden:
- Ik begon rijk en succesvol en eindigde dakloos
- Ik begon eenzaam, maar vond de liefde van mijn leven
- Ik begon koopverslaafd, maar leerde de rijkdom in mijzelf vinden.
- Ik begon gezond en naïef en eindigde ziek en wijs
- Ik dacht vroeger dat ik dom was, maar ik bleek dyslectisch
Opdracht: Verhaalboog
Schrijf nu je eigen verhaalboog!
Openingwaarde: Ik begon, ik dacht ooit, eerst was ik …
Eindwaarde: Ik vond, ik ervoer, ik werd, ik bleek
Voorbeelden:
- Ik begon met de overtuiging dat niemand van me hield. Aan het einde snapte ik dat je pas een relatie kunt aangaan met een ander als je van jezelf leert houden
- Ik begon naïef en overmoedig, ik eindigde ‘sadder and wiser’
- Ik begon eenzaam en succesvol, ik eindigde arm en gelukkig.
Archetypen
Een handige manier om naar jezelf en naar je medespelers te kijken is met behulp van archetypen. In het seminar …. introduceer ik twaalf oerkarakters. Het zijn de innerlijke drijfveren, de stemmetjes die binnen in ons huizen, soms onbewust. Je kunt ze ook zien als de psychische lenzen waardoor we naar de wereld kijken. Een slachtoffer kijkt anders naar de wereld dan een held. Een jonge moeder ziet het leven anders dan een revolutionair. Zo zijn er talloze voorbeelden. Als een archetype dominant is, bepaalt het in belangrijke mate ons gedrag en daarmee ons verhaal. Als bepaalde archetypen liggen te slapen, kunnen ze wakker kussen of kunnen ze door externe omstandigheden worden geactiveerd. Soms zijn er meerdere archetypen actief, en dat zorgt voor een innerlijke dialoog.
Vaak is de levensfase waarin we zitten bepalend. Bij adolescenten zijn vaak andere archetypen (De Ontdekker, de Rebel, de Geliefde) actief dan bij mensen die in hun laatste levensfase zijn beland (de Wijze, de Leider. Iedere fase zorgt weer voor nieuwe situaties, nieuwe mensen en nieuwe verhalen.
Je kunt je innerlijke archetypen als personages beschouwen die volgens een bepaalde basisplot leven, als personificaties van herkenbare en universele drijfveren.
Schema overzicht
Opdracht: op zoek naar oerkarakters
- Onderzoek of je een basisplot in je eigen leven herkent. Wellicht kun je op deze manier makkelijker je plotvraag of je verhaalboog in kaart brengen. Voorbeeld: je begon als Realist en ontwikkelde je tot Magiër. Of je begon als Dromer en ontwikkelde je tot Leider
- Onderzoek ook eens of je medespelers en tegenspelers herkenbare archetypische trekjes hebben.
VERHAALSTRUCTUUR
Hopelijk heb je nu inzicht gekregen op de rode draad, de thematiek en de verhaalboog van het verhaal dat je wilt schrijven. Dat verhaal cirkelt waarschijnlijk rond een aantal bepalende keerpunten in je leven. Om nu je levensverhaal volgens de wetten van een goed verhaal te kunnen opbouwen gaan we nu in op de zo noodzakelijke dramatische structuur. Je wilt de lezer immers geboeid houden en de spanning vasthouden.
Zoals al uitgelegd gaat ieder goed verhaal in principe over een reis, een avontuur, waarbij de held uitgedaagd wordt zijn gewone leventje achter zich te laten om een onbekend avontuur aan te gaan. In de meeste verhalen leidt die reis, of die nu metaforisch is (een innerlijke reis) of daadwerkelijk plaatsvindt, via hoogtepunten en dieptepunten uiteindelijk tot groei en (zelf) ontwikkeling. Aan het einde is de held (of de groep waar hij deel van uitmaakt) niet meer wie hij in het begin was. Hij is wijzer, gelukkiger of minder eenzaam geworden en heeft bepaalde inzichten verworven. En als het slecht afloopt dan zijn er toch lessen geleerd en is de lezer verrijkt met een wezenlijk inzicht.
Jouw verhaal gaat dus over een betekenisvolle verandering in jouw leven als held. En die verandering draagt een aantal emotionele, psychologische en spirituele lessen in zich. Je verhaal is daarmee een variatie op dat oeroude thema: de mens die wordt voortgedreven door zijn wil en zijn diepste verlangen om de schat, de graal, de moordenaar, de geliefde, het elixer, de waarheid, rust of God te vinden, maar in dit verlangen wordt gefrustreerd. Die frustratie of dat dilemma zorgt ervoor dat hij in actie komt en allerlei moeilijkheden het hoofd moet zien te bieden. En uiteindelijk is er een les geleerd.
Verhalen lijken qua basisstructuur op elkaar. In het begin is er altijd betrekkelijke rust. Dan gebeurt er iets wat tot verwarring, chaos of crisis leidt, en uiteindelijke wordt dat allemaal weer ingelost, opgelost of uit de wereld geholpen.
De elementen van een goed verteld verhaal
Er is een held
Er wordt een hoofdpersoon, held of heldin geïntroduceerd in een bepaalde setting. Deze held heeft een – vaak nog onbewust – verlangen. Aan het begin mankeert er iets aan de situatie, de held mist iets of iemand of is nog zwak, onbewust of jong. Deze held maakt in het verhaal een verandering of ontwikkeling door. Aangezien jij zelf je levensverhaal schrijft, ben jij hoogstwaarschijnlijk zelf de held of heldin. Aan de hand van jouw ervaringen, jouw verlangens en de conflicten die je hebt ondervonden, wordt jouw verhaal gestructureerd. En reken er maar op dat dat boeiend genoeg is!
Er is sprake van een verlangen
Verlangen is de motor van ieder verhaal, ook het jouwe. Verlangen heeft je in beweging gezet en zal je altijd in beweging zetten. Verlangen naar geluk, erkenning, ultieme liefde, heelheid, creativiteit, inspiratie en noem maar op. Het verlangen kan zich richten op een geliefde, een huis, een baan, roem, geld, gezondheid, vrijheid.
We doen ons best dat verlangen te vervullen of dat ideaal te verwezenlijken, het motief zet ons in beweging – en brengt ons ook vaak eerst in de problemen. Zodra we die vervulling en verwezenlijking gevonden hebben, beginnen we alweer naar iets nieuws te verlangen. Heb je eenmaal die nieuwe baan gevonden waar je zo op hoopte, dan verlang je al snel naar een uitgebreide vakantie. Net als we een zekere mate van vrede en stabiliteit hebben bereikt, beginnen zaken alweer te kantelen, begint de innerlijke onrust opnieuw, verliezen we de macht over het stuur of keert het tij.
Vraag je af
Welke grote en kleine verlangens hebben mijn leven in beweging gezet?
Er is een plot
Het leven wordt over het algemeen als iets chronologisch ervaren. Maar een chronologische opsomming van gebeurtenissen (en toen en toen en toen) is saai. Je moet er een plot van maken met een spanningsboog en je zult zaken met elkaar in verbnd moeten brengen en spanning moeten aanbrengen.
Stel je schrijft: ‘ik werd in Amsterdam geboren, een paar jaar later gingen we verhuizen, toen ontmoette ik X, ik maakte een wereldreis, toen ik terugkwam zocht ik een baan…
Dan is dat een opsomming van gebeurtenissen waar geen enkel causaal verband in wordt aangebracht. Als je het opschrijft creëer je geen enkele spanning en haakt de lezer snel af. Ook voor je eigen schrijfproces is het geen goed idee om chronologisch te schrijven. Je zult op een zeker moment de weg kwijtraken en overspoeld worden door de hoeveelheid herinneringen, scenes, voorvallen en gebeurtenissen die er misschien – voor de grote verhaallijn – helemaal niet toe doen.
Er ontstaat pas een verhaal als je verbanden legt tussen de verschillende gebeurtenissen. Bijvoorbeeld: ‘Als we niet uit Amsterdam vertrokken waren, had ik X nooit ontmoet’. Of: Ik bleef mijn hele leven naar Amsterdam terugverlangen; pas toen ik er een baan vond, was ik blij dat ik er niet meer hoefde te wonen.
In de laatste twee voorbeelden is er een verband gelegd en een plot geconstrueerd. Je ervaart dat er een strijd geleverd is, dat er iets op het spel stond, dat het spannend was. Als lezer heb je emoties en inzichten ervaren.
Vraag je af…
Van welke chronologische gebeurtenissen wil ik een plot maken? Hoe hangen deze voorvallen samen? Is er een oorzakelijk verband tussen het ene voorval en het andere?
Er is een draak
In een goed verhaal botst het wilsverlangen van de hoofdpersoon op een obstakel. Of de held staat oog in oog met een draak. Je hebt geen verhaal als er geen conflict is. Het moet ergens gaan schuren, het pad is hobbelig. Het inneriljke conflict, de psychische strijd, moet de drijvende kracht van je verhaal worden, de rode draad. Ook al is het boek nog zo fragmentarisch, de psychische strijd houdt de boel bij elkaar. Hij houdt tevens de lezer gevangen tussen hoop en vrees. Neem bijvoorbeeld Harry Potter. Die wil graag naar de toverschool, maar wordt aanvankelijk in zijn verlangen gedwarsboomd door zijn akelige oom en tante, die hem af en toe in de kelderkast opsluiten, en later door Voldemort. Wij als lezer hopen dat het Harry gaat lukken een echte tovenaar te worden, maar we vrezen ook dat dat moeilijk zal worden.
Een conflict (botsing, onenigheid of strijd) ontstaat dus als het verlangen (of de nieuwsgierigheid, de drijfveer) van de hoofdpersoon op een schijnbare onmogelijkheid stuit. Dan wordt het spannend. Er rijst een plotvraag! Zal het de hoofdpersoon lukken uit dit donkere bos te ontsnappen, van deze ziekte te genezen, te vergeven, de sprong te wagen, de draak te verslaan?
Er kunnen innerlijke en uiterlijke conflicten zijn. Innerlijke conflicten hebben met angst, woede, schaamte, schuld te maken. Uiterlijke conflicten met tegenwerking en onwil van anderen of gegeven situaties als oorlog, ziekte, armoede, enzovoort. Als je je conflict de sturende kracht van je verhaal kunt maken, ben je een eind op weg.
Ook al is je verhaal nog fragmentarisch, dit conflict houdt de boel geheid bij elkaar.
Ik had te maken met ….
- Het onvermogen om
- De angst voor
- De worsteling met
- Het schuldgevoel vanwege
- De schaamte voor
- De herinnering aan
We kennen het uit alle grote verhalen. Op een zeker moment verdwaalt de held(in) in een donker bos, wordt opgeslokt door een wild dier, gevangengezet, verlaten of afgewezen of staat oog in oog met de dood. Het is het meest donkere moment in het verhaal en er is nog geen zicht op een goede afloop. Voor dat metaforische donkere bos zijn we allemaal bang. Zeker als je het moet gaan beschrijven dringt de pijnlijke herinnering zich weer op, terwijl je hem eigenlijk liever zou begraven. Of je nu wilt schrijven over trauma’s, misbruik, ziekte, depressie, dood, seksueel of huiselijk geweld, verslavingen, scheiding, verkrachting, overspel of wat dan ook, realiseer je dit, we leven op de planeet Aarde, waar de wet van het contrast heerst. er is geen licht zonder duisternis, geen zwart zonder wit, geen vrijheid zonder gevangenschap, geen liefde zonder het ontbreken ervan.
Schrijven is de weg naar bevrijding, dus onderzoek je innerlijke bezwaren om over jouw donkere bos te schrijven. Je weet dat het nodig is voor de kracht van je verhaal, maar je schaamt je wellicht, of je voelt je schuldig. Je hoort de veroordelende toon van je vaders stem of je bent bang dat jouw versie alle pijn weer oprakelt.
Maar je weet ook dat dat wat in de kelder begraven blijft, op een goed moment gaat spoken en tot lichamelijke en geestelijke spanningen leidt. De lijken in de kast worden demonen die groter en groter worden naarmate je ze langer en dieper wegstopt. Wat deze demonen eigenlijk willen is aan het licht komen. Carl Jung noemt dit het integreren van de schaduw.
Vraag je af:
- Als je mij goed zou kennen, wat weet je dan
- Wat is mijn draak?
- Van wie heb ik toestemming nodig om te schrijven over pijnlijke zaken?
- Welke pijnlijke zaken zie ik liever nog niet onder ogen?
- Stemt mijn versie van de gebeurtenissen overeen met die van andere betrokkenen?
Er komt hulp
In ieder verhaal verschijnt er als het goed is hulp. Wanneer je de zaak als hopeloos ziet, doemt er plotseling een engel of een mentor op, vind je een boek met richtlijnen, vertelt iemand je iets waardoor je weer perspectieven ziet, krijg je wijze raad, leer je nieuwe wegen kennen, oefen je nieuwe vaardigheden. En hulp is cruciaal. Vaak is de helper, of de mentor, iemand die jou is voorgegaan op je pad. Hij of zij kent de moeilijke weg en geeft daarom waardevolle adviezen.
Vraag je af:
Welke hulp of wijze raad of adviezen heb ik mogen ontvangen? Wie heeft mij de weg gewezen?
Er is een hoger doel
Alles is gericht op het hogere doel. Dat kan het object van verlangen zijn geweest (de geliefde, de baan, de schat, het medicijn), maar het kan ook de bestemming zijn die uiteindelijk bereikt wordt en waarvan de held(in) in het begin nog geen notie had.
Vraag je af….
Wat ervaar ik als mijn hogere doel? Wat is het object van verlangen in mijn verhaal?
Op een rijtje:
- We leren een held of heldin kennen, in een bepaalde situatie, met bepaalde kwaliteiten en eigenschappen. Hij/zij heeft een heimelijk verlangen, en soms is dat nog onbewust.
- Er komt een oproep of uitnodiging tot avontuur of de held(in) herinnert zich zijn/haar roeping en/of wordt geconfronteerd met een lastige opgave
- Er komt hulp en de held gaat het avontuur aan
- De held(in) wordt geconfronteerd met een grote angst of staat oog in oog met de draak
- De held(in) bevrijdt zichzelf uit de beperkende omstandigheden door een actie, een beslissing of een keuze
- De schat wordt veroverd, het inzicht verworven, het hogere doel bereikt (of niet, en in dat geval spreken we van een traagisch einde)
De hiervoor genoemde elementen zien we bijna altijd terug in een goed verhaal. Dat verhaal kunnen we bovendien in drieën delen. We noemen dat de drie akten
Drie akten
Een verhaal heeft een begin, een midden en een einde, ook wel de drie akten genoemd. Dat klinkt misschien logisch, maar toch is het van belang deze nog even goed onder de loep te nemen, omdat de drie akten wezenlijk van elkaar verschillen
Akte 1. Begin Orde, status quo het leven van alledag
In het begin is er relatieve orde, er lijkt niet zoveel aan de hand. We leren de held(in) kennen in een situatie die min of meer voorspelbaar, onbevredigend, onontwikkeld, niet compleet of in zekere zin frustrerend is, zelfs al is de held(in) zich daar zelf niet van bewust. Het uiteenzetten van deze incomplete, gemankeerde, onvolwassen of onvervulde situatie roept spanning op, en de behoefte er een oplossing voor te vinden
Akte 2. Midden Chaos, verwikkelingen, illusies, gevaren
Door een incident wordt de vertrouwde status quo op zijn kop gezet. De verwarring (chaos) die dan ontstaat moet via het optreden van de held of heldin tot een ommekeer leiden. Het merendeel van bijna ieder verhaal behandelt de moeilijke of gevaarlijke invloeden waaraan de held(in) blaat komt te staan en vormt daarmee de crisis en het conflict van het verhaal. De held(in) wordt geconfronteerd met zijn of haar grootste angst.
Akte 3. Einde Resolutie, uitkomst, oplossing, afloop
De handelingen leiden uiteindelijk tot een climax, waarin het gevaar en de verwarring tot een hoogtepunt worden opgestuwd, maar in diezelfde climax zit de oplossing verborgen. Er vindt een keerpunt plaats en de beloning is in zicht. De held of de heldin heeft lessen geleerd, heeft het geluk of de bestemming gevonden. In sommige verhalen loopt het slecht af en vindt de held de dood of destructie (tragedie). Ook dan zit er een les in verborgen.
Ieder verhaal volgt dat basispatroon (begin-midden-einde). Ook het levensverhaal in het groot: je wordt geboren – je groeit op en wordt volwassen – je sterft. Ook verhalen in het klein zitten zo in elkaar: je wilt een baan, je vindt een baan, je neemt ontslag. De drie akten kunnen je helpen je verhaal in te delen.
Oefening: Drie Akten
- Neem een vel papier en teken drie blokken, die respectievelijk staan voor akte 1, 2 en 3
- Teken nu in het middenblok – akte 2 – schematisch waar jouw verhaal in de kern het meest spannend, verdrietig, moeilijk, overweldigend, schokkend, lastig, pijnlijk of opwindend was. Teken dan in het eerste blok – akte 1 wat er voorafging aan deze fase. Teken dan in het derde blok – akte 3 hoe het afliep.
Je hebt nu samenhang gecreëerd. Hoewel het nog om een schematische weergave gaat, kun je nu de tekeningetjes gaat omzetten naar scenes en verhalen. Je zult ook merken dat er rond de schematische weergave van de gebeurtenissen nog tal van andere herinneringen en gebeurtenissen cirkelen.
- Schrijf onder de drie blokken een serie herinneringen en associaties. Dit zijn mogelijke scenes die je later nog kunt uitwerken
- Kijk nog eens naar je zes ballonnen (keerpunten). Kun je die nu al in de drie akten kwijt?
De illustratie is een simplificatie van de Reis van de Held. De uitgebreidere versie in twaalf stappen (met bijbehorende vragen over jouw levensverhaal) ziet er zo uit:
Akte 1.
- De Proloog. Wie was je voordat alles begon? Waar groeide je op? Wat speelde er in je jeugd of wat was er aan de hand voordat de boel in beweging kwam? Wat moeten we over jou weten om het verhaal te kunnen snappen? Wat hield je bezig? Waar zaten je blinde vlekken?
- De Oproep tot Avontuur. Wanneer begon het verhaal echt? Waardoor kwam alles in een stroomversnelling? Was er een moment waarop je wist: nu komt het erop aan?
- Weerstand en Weigering. Wat was je reactie? Was er sprake van ontkenning of weigering? Heb je een moment gehad waarop je je kop in het zand stak en dacht: het is me allemaal te ingewikkeld? Of ervoer je verzet en weerstand in de omgeving, bij je naasten?
- De Mentor ontmoeten. Van wie kreeg je (onverwachte) hulp? Was er een gids, een leraar of een andere hulpbron die jou op het juiste moment advies gaf of hulp bood? Wie of wat zorgde ervoor dat je het avontuur, of de opgave, toch aanging? Welke vaardigheden leerde je jezelf aan?
- De Selectiedrempel. Was er een moment waarop je dacht: ik ga ervoor, of: nu moet ik er wel voor gaan? Hoe en wanneer kwam het moment waarop je al je moed verzamelde en je vertrouwde wereldje achter je liet?
Akte 2
- De Nieuwe Wereld. Wat heb je als een (voorlopige) overwinning beschouwd? Waar ben je trots op? Had je op dat moment misschien ook te maken met een naïef optimisme?
- De Blinde Vlek. Was er iets wat je liever niet wilde zien, iets wat je over het hoofd zag? Waar zat je onachtzaamheid? Was er iemand die jou misschien wees op die blinde vlek of die je gewetensvragen stelde?
- De Crisis. Welk moment in je verhaal heb jij als een grote beproeving ervaren? Wat was een grote ommekeer? Was er een moment waarop je je grootste angst onder ogen moest zien?
- De Dolk. Wat heb je gedaan om het lot te keren? Welke actie heb je moeten ondernemen? Heb je een moeilijke beslissing moeten nemen of knopen moeten doorhakken? Hoe en wanneer?
Akte 3.
- De Terugkeer naar het licht. Wanneer en hoe ontstond er (weer) licht aan het einde van de tunnel? Hoe (her)won je je perspectief? Was er een moment waarop je je herinnerde waarom en waartoe je aan het avontuur was begonnen?
- De Dood en Wederopstanding. Waren er momenten waarop er getest werd of je nu je lesje geleerd had? Herinner je je momenten waarop je dacht: ik ‘sta’ ervoor, ook al kost het me de kop?
- Het Elixer. Welke lessen zijn er uiteindelijk geleerd? Kun je een gevoel van dankbaarheid ervaren omdat je het gered hebt? Bijvoorbeeld omdat je een gevoel van verbinding, vervulling, beloning ervoer?
NARRATIEF SCHRIJFMODEL IN VIJF AKTEN
Voor het schrijven van jouw verhaal heb ik een schrijfmodel ontwikkeld in vijf akten. Het doet recht aan de Reis van de Held in twaalf stappen en is iets uitgebreider dan de drie akten, omdat het ook keerpunten behelst. Deze keerpunten noem ik plotpoints.
Narratief schrijfmodel in vijf akten: vijf segmenten en vier plotpoints
Akte 1. Proloog + Oproep
In segment 1 (Proloog) introduceer je jezelf als hoofdpersonage in de gegeven situatie voordat het verhaal echt begint. Je probeert empathie en nieuwsgierigheid bij de lezer te wekken.
Plotpoint 1 (Oproep)
Je beschrijft het moment waarop er iets gebeurde wat beweging en verandering veroorzaakte, iets waardoor je voor een opgave werd gesteld of een uitnodiging kreeg.
Akte 2. Reactie + Drempel
In segment II (Reactie) beschrijf je hoe je reageerde op de Oproep. Je beschrijft de twijfels, de weerstand en hoe de mentale en fysieke voorbereidingen op het avontuur plaatsvonden, mede dankzij de hulp die je kreeg
Plotpoint 2 (Drempel)
Je beschrijft hoe je je weerstand overwon en ‘ja’ zei tegen het avontuur en daarmee zorgde voor de point of no return in je verhaal.
Akte 3. Avontuur + Crisis
In segment III (Avontuur) beschrijf je het avontuur in al zijn grilligheid en onvoorspelbaarheid en maak je ook duidelijk waar je eigen blinde vlekken zaten of wat je liever niet onder ogen wilde zien.
Plotpoint 3 (Crisis)
Je wordt geconfronteerd met tegenspoed. Je belandt in niemandsland en weet het even niet meer.
Akte 4. Bevrijding en Test
In segment IV (Bevrijding) beschrijf je hoe je een weg baande uit de duisternis, keuzes maakte, de confrontatie aanging of maatregelen trof.
Plotpoint 4 (Test)
Je beschrijft hoe je uiteindelijk zo sterk was dat je opgewassen leek tegen de taak
Akte 5. Transformatie (afloop)
In segment V (Transformatie) beschrijf je de afloop, de oogst van het hele avontuur. Je laat zien dat je nieuwe inzichten hebt gekregen en een waarlijke transformatie hebt doorgemaakt.
Let op: het verschil tussen een segment en een plotpoint is dat een segment een periode of een episode beschrijft en een plotpoint een scharnierpunt is, vaak een moment, met een hele duidelijke afbakening van tijd, plaats en omstandigheden.
Met andere woorden: voor de segmenten verzamel je meerdere scenes en voor de plotpoints voldoet één scene (hoewel er waarschijnlijk meerdere herinneringen aan vastkleven)
Voorbeelden
1
2.
Ja maar
Dit zijn de ja-maars van workshop deelnemers
‘Moet ik dat hele narratieve schrijfmodel invullen?
‘Mijn verhaal is helemaal niet zo gelaagd’
‘Ik heb niet zoveel plotpoints’
‘In mijn verhaal zit helemaal geen crisis’
‘Hoe moet ik dit toepassen in een eenvoudige blog’
Laat je niet afschrikken door dit model en neem het rustig stap voor stap door. Onderzoek of je verhalen (ook al zijn het korte columns) aan diepgang en betekenis kunnen winnen als je ze langs deze narratieve meetlat legt. Het doornemen van dit model helpt je ook bij het wakker maken van herinneringen en het leren herkennen van de rode draad in je levensloop.
Het model vormt de basis voor de volgende hoofdstukken. We gaan stap voor stap verkennen wat er in de verschillende segmenten behandeld zou moeten worden en welke plotpoints (scharnierpunten) er tussen die segmenten zitten. Het is fijn als de verschillende elementen uit het model je inspireren tot het schrijven van levendige scenes.