Ik heb Anthony Maras mooie debuut film “Hotel Mumbai” gezien waar elke fataal schot dat gevuurd wordt door de gewetenloze terroristen mij raakte. Maras’ beheersing van camera en actie plaatsen je mentaal en fysiek tussen de talloze slachtoffers en overlevenden van het majestueuze Taj Mahal Palace Hotel waar de film zich grotendeels afspeelt.
De film benadrukt gelukkig de complexe menselijkheid van de personages. We kijken hier niet naar een dun geschetste strijd tussen goed en slecht. Er zijn nuances in het goede hier en een misbruikende hiërarchie binnen het kwaad, delicaat getoond zodat het publiek niet meevoelt met de terroristen maar hen helpt de kille en niet te vernietigen terreur netwerken en de mindset van terroristen te begrijpen. Degenen die tientallen mensen willekeurig vermoorden in het hotel zijn en groep van meedogenloze edoch wegwerp mannen; gehersenspoeld door religieuze leugens, geradicaliseerd en uitgezonden om massamoorden uit te voeren door de machtigen die kil commando’s geven aan de andere kant van een telefoonlijn.
Voor we het glorieuze hotel zien maakt Maras ons snel bekend met de spelers, om te beginnen met de Lashkar-e-Taiba jihadisten, die de stad per boot benaderen en hun fatale aanvallen beginnen op plekken in de metropool, inclusief een restaurant. We ontmoeten dan de gelukkig getrouwde vader Arjun (een verbazingwekkend moedige Dev Patel, die veel van het verhaal draagt), een werknemer en kelner in het Taj, die op het punt staat om een lucratieve ploegendienst met grote fooien te verliezen omdat hij zijn schoenen misplaatst heeft. Zijn (binnenkort – een – held) baas Hemant Oberoi laat hem zeker niet zijn werk doen op sandalen in zo’n eerste klas establishment dat er trots op is dat ze hun gasten behandelen als God. Door op het laatste moment een paar schoenen te lezen die te klein zijn voor hem verdient Arjun zijn plek terug in het dienstrooster. De avond wordt gevuld door een aantal VIP gasten, inclusief een arrogante vrouwenjager en Russische zakenman (Jason Isaacs met een vreemd accent) en een gefortuneerd gezin bestaande uit de architect David, zijn vrouw Zahra (Nazanin Boniadi), hun pasgeboren baby (wiens huilen terwijl ze zich verschuilen een terugkerende bron van spanning is) en een heroïsche babysitter (Tilda Cobham-Hervey).
De personages (naast Oberoi) zijn voor het grootste deel fictioneel en komen met een aantal dramatische uitvergrotingen die het kernverhaal aanvullen. Onderweg raken batterijen van telefoontjes leeg, worden gezinnen van elkaar gescheiden, wordt egoïsme de grootste vijand van bepaalde individuen en zorgt raciale profilering voor een impasse in de groep overlevenden. Ik kijk uit naar wat de veelbelovende Maras in de toekomst zal laten zien.